Winkelmandje

Dit artikel zit al in uw winkelwagentje. Wanneer u meerdere exemplaren wilt bestellen kunt u dat doen via

Er zijn geen artikelen in het winkelmandje.

Reformatie vandaag

Reformatie vandaag

500 jaar Hervorming in de context van het debat met Rome en nieuwe vormen van doperse radicaliteit

dr. Klaas van der Zwaag

Genre:Theologie
ISBN:9789402902792
Druk:1e druk
Pagina's:1740
Bekijk eerste pagina's
Reformatie vandaagSluiten
Uitverkocht

Dit boek is helaas niet meer via deze site te verkrijgen.

Uw plaatselijke boekhandel kan het boek nog wel op voorraad hebben.

In winkelmandje leggen
Gebonden
In winkelmandje
1 dag

€ 79,95

De herdenking van 500 jaar Reformatie in 2017 is een gebeurtenis die wereldwijd de aandacht trekt. Deze tweedelige studie belicht de Reformatie in het kader van een tweevoudige strijd: enerzijds tegen de Rooms-Katholieke Kerk en anderzijds tegen vrije anabaptistische (doopsgezinde) en spiritualistische stromingen. In 2025 wordt 500 jaar doperdom internationaal herdacht, dit naar aanleiding van de eerste doperse gemeente in Zwitserland in 1525.

Deze studie volgt dit tweevoudige debat door de eeuwen heen tot op de huidige tijd. De schrijver stelt ten slotte de vraag hoe de Reformatie in déze tijd gestalte zou kunnen krijgen, in een nieuwe context van enerzijds een veranderde Rooms-Katholieke Kerk en anderzijds nieuwe ‘doperse’ en charismatische vormen van kerk-zijn. De schrijver is van mening dat de Reformatie van de zestiende eeuw nog steeds een rijke inspiratiebron is voor de huidige kerk en theologie.

2017_0321_-_Persbericht_Reformatie_vandaag_dr._Klaas_van_der_Zwaag.pdf

2017_0321_-_Bijlage_persbericht_Reformatie_vandaag_dr._Klaas_van_der_Zwaag.pdf


Recensies

Reformatie vandaag

Protestants Nederland | Maart 2017

Al dertig jaar houdt kerkjournalist bij het Reformatorisch Dagblad dr. Klaas van der Zwaag zich bezig met de verhouding Rome-Reformatie. Niet alleen Rome is daarmee in die jaren voor hem dichterbij gekomen. Ook het doperse front waarmee de Reformatie zich in de zestiende eeuw had te verhouden, weet hij steeds meer te waarderen; hij ziet dat als een vorm van radicaal christendom dat ernst maakt met de levensheiliging.

Beide fronten bracht hij de afgelopen jaren in kaart met als resultaat een in april te verschijnen studie van zijn hand: Reformatie vandaag. 500 jaar Hervorming in debat met Rome en nieuwe vormen van doperse radicaliteit. We spreken met Van der Zwaag naar aanleiding van dit boek over zijn oecumenische weg in de kerk. Na drie decennia is de kerkredacteur het nog lang niet moe: “Het intrigeert mij nog steeds behoorlijk dat je overal gelovigen tegenkomt met wie je verwantschap voelt.” Herkenning met gelovigen ‘overal’ impliceert voor Van der Zwaag dus ook herkenning in die stromingen die de fronten vormden waar de Reformatie tegen streed in de zestiende eeuw: Rome en de dopers. Van der Zwaag: “Ik heb alle documenten van het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) doorgeploegd. Wat mij opvalt, is dat de Bijbel een steeds centralere plaats heeft gekregen in de Rooms-Katholieke Kerk. Ook het schema natuur-genade is er inmiddels doorbroken; bij Rome gaat het eveneens om een God die zich openbaart. Daarbij is er inmiddels sprake van een grote herwaardering voor Luther.” Het wordt dan ook tijd dat we bepaalde protestantse clichés over Rome achter ons laten, vindt Van der Zwaag. Het idee dat een rooms-katholiek door goede werken zalig moet worden bij voorbeeld. “Dat is echt een karikatuur. Ook de Rooms-Katholieke Kerk zet in bij de genade van God. Het is niet terecht deze kerk pelagianisme of semi-pelagianisme te verwijten. Wel heeft een rooms-katholiek een positiever mensbeeld dan een gereformeerde; een mens is in staat om op Gods genade te antwoorden. Maar we moeten begrijpen dat Rome beducht is voor een geloof zonder de werken. Het idee dat de mens totaal verdorven is, zou immers makkelijk kunnen leiden tot het ontlopen van verantwoordelijkheid.” Fantoom Van der Zwaag vindt het kwalijk om oude tegenstellingen te blijven herhalen. “De tegenstellingen zijn ontstaan ten tijde van het Concilie van Trente (1545 -1563). Rome bestreed Luther, maar men had zijn werken nauwelijks gelezen en begreep zijn intentie ook niet. Men bestreed eigenlijk een fantoom. Als je elkaar bestrijdt, terwijl je elkaar niet kent, krijg je stereotypen en karikaturen. Er is nu ook bij Rome veel meer inzicht gekomen in het debat van toen. Men beseft nu dat Luther best wel een punt had toen hij zich te weer stelde tegen het boete- en biechtsysteem in zijn tijd, waarbij vergeving afhing van de mate van berouw die de boeteling had. We moeten deze ontwikkelingen eerlijk erkennen.” Het overbruggen van die oude tegenstellingen heeft de meeste kans van slagen op het grondvlak, aldus Van der Zwaag. “Ik ben geraakt door het boek Een in de levende Christus van ds. H. J. Hegger, met een voorwoord van kardinaal Simonis. Hegger heeft mij wel eens persoonlijk gezegd veranderd te zijn ten aanzien van Rome door het doen van Bijbelstudie met rooms-katholieken. Dan ontdek je dat je elkaar als medebroeder en -zuster in Christus erkent. Vandaaruit kun je elkaar vinden om vervolgens door te praten over verschillen die er altijd blijven tussen Rome en Reformatie.” Van der Zwaag zoekt in het tweede deel van zijn boek de verbinding met charismatische stromingen. “De dopers of anabaptisten trokken in de tijd van de Reformatie de uiterste consequentie van het sola scriptura; ze wilden zich niet verbinden met wereldlijke macht, zoals de mainstream-reformatie dat wel deed. Verzwagering met macht is gevaarlijk, dat hebben we gezien toen het christendom in de vierde eeuw met de bekering van keizer Constantijn de Grote (274-337) staatsgodsdienst werd. Het doperdom is in grote lijnen een Bijbelse beweging geweest, al heb ik grote bezwaren tegen hun verwerping van de kinderdoop. De vervolging van hen door medeprotestanten is een zwarte bladzijde in onze geschiedenis.” “In mijn werk kwam en kom ik ook veel charismatische christenen tegen”, vervolgt Van der Zwaag. “Ik stond vroeger best kritisch tegenover evangelische christenen, maar heb ook hen leren waarderen. Met hun nadruk op hart en handen, op het werk van de Geest en de vervulling met de Geest, op de groei in het geloof, brengen ze Bijbelse noties onder de aandacht. We zeggen het in onze eigen kring ook wel eens: Gods volk leeft doorgaans onder zijn stand. Charismatische christenen kunnen ons op dit punt bij de les houden. Er is nog zoveel meer te krijgen dan we denken.” “Ik waardeer het doperdom daarom ook als legitieme vorm van de Reformatie. Daarbij leven we nu aan het einde van het Constantijnse tijdperk en is het charismatische gedachtegoed actueel als het bijvoorbeeld gaat om gemeentezijn in deze tijd. De charismatische geloofsgemeenschappen zijn de snelste groeiende kerken in de wereld, met name in Azië, Afrika en Zuid-Amerika.” “Ten aanzien voor zowel doperdom als rooms-katholicisme geldt overigens - om met een woord van A.A. van Ruler te spreken - : ‘je hebt de ander nodig om de waarheid te verstaan.’ Zo vatte Van Ruler de kern van tolerantie op. Tradities vullen elkaar aan en corrigeren elkaar.” Gevaarlijk Ondanks zijn affiniteit met beide fronten van de Reformatie, blijft van der Zwaag in hart en nieren reformatorisch. “Bij Rome komt het werk van de Geest mogelijk in de verdrukking door het instituut, maar ook de nadruk op het werk van de Geest los van het Woord en de kerk is gevaarlijk. Er is altijd de corrigerende instantie van de kerk als een tegenover nodig. Het werk van de Geest en de ervaring mogen nooit verabsoluteerd worden, dat leidt tot ongelukken. De Reformatie heeft eigenlijk wat dit betreft de juiste balans gevonden.” Verabsolutering van het gevoel los van het Woord ziet hij zowel in evangelische als bevindelijke kringen. “Misschien is dit wel het gevoeligste onderwerp in het boek.” Ook om elkaar te vinden als gelovigen heb je de kerk en de traditie nodig. “De kerk is er namelijk altijd al, die sticht je niet zelf. God is er ook eerder dan jij. Jouw geloof is een reactie op wat God heeft beloofd in jouw doop. Ik ben bang voor subjectivisme en voor zelf gestichte en zelfgekozen gemeenschappen waarin je het zo goed hebt met elkaar.’’ Als zoon van de Reformatie vindt Van der Zwaag dat de kerk steeds weer ge-reformeerd moet worden. Bewegingen als de Reformatie, puritanisme, diverse opwekkingsbewegingen, Réveil of de Afscheiding uit 1834 beginnen altijd met veel vuur en passie. Als dat verdwenen is, is er een nieuwe reformatie nodig. Ik wil met mijn boek aan de kerken van de Reformatie ook de vraag stellen: Staan we nog voor de sola’s van de Reformatie? Bijvoorbeeld waar het gaat om het onvoorwaardelijke heil van Godswege en de prediking als de bediening der verzoening?” Naslagwerk Het boek, dat het karakter heeft van een encyclopedisch naslagwerk, behandelt tal van onderwerpen, zoals de oecumenische betrekkingen tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de kerken van de Reformatie, de toenadering rond de rechtvaardiging, de struikelblokken van de ambten en de paus, discussies over kinder- en volwassendoop, avondmaal en eucharistie, de verhouding tussen evangelischen en reformatorischen, recente ontwikkelingen in de refozuil, parallellen tussen bevindelijken en charismatischen, de gaven van de Geest, de verhouding mystiek, bevinding en ervaring, de uitdaging van nieuwe vormen van spiritualiteit, het verlangen naar opwekking en vernieuwing van de kerk, enzovoorts. Theologische thema’s als genade, de verhouding tussen Gods soevereiniteit en onze verantwoordelijkheid, de heiligmaking in relatie tot groei in het geloof, en de dynamiek van Woord en Geest lopen als een rode draad door dit werk. Het boek eindigt met een hoofdstuk over ‘het reformatorisch verlangen naar een charismatische kerk’ en 95 prikkelende stellingen over de kerk van de Reformatie en haar verhouding tot Rome en evangelische en charismatische geloofsgemeenschappen. Het boek (in twee banden) wordt gepresenteerd tijdens een studiebijeenkomst op 10 mei 2017 in het Hoornbeeck College, Utrechtseweg 230, 3800 AW Amersfoort. Sprekers zijn daar naast de auteur, prof. dr. P. van Geest en prof. dr. H. Bakker. Aanvang: 19.30 uur.

Reformatie vandaag

IRS magazine | Maart 2017

In zijn nieuwste boek maakt dr. Klaas van der Zwaag de balans op van 500 jaar Reformatie. Over de Rooms-Katholieke Kerk is hij voorzichtig hoopvol: “De spannende vraag is in hoeverre een toenemende Bijbelse oriëntering bij Rome in de toekomst de vaste en bestaande ‘roomse’ kaders kan doorbreken.” De titel van het boek, Reformatie vandaag, 500 jaar Hervorming in debat met Rome en nieuwe vormen van doperse radicaliteit, is veelzeggend. De reformatorische beweging uit de zestiende eeuw kende twee tegenstanders: de Rooms- Katholieke Kerk én de anabaptisten oftewel het doperdom. Aan de ene kant was er het machtsinstituut Rome, dat niet in staat was om antwoorden te geven op geestelijke vragen van gelovigen. Aan de andere kant waren er de anabaptisten, die vonden dat de hervorming van de gereformeerden niet ver genoeg ging. De bevrijding van het juk van Rome ging bij hen gepaard met “ongelimiteerde vrijheid”. Van der Zwaag beschrijft de situatie als volgt: “Was Rome een gevaar van buitenaf, de dopersen ontwikkelden zich tot een bedreiging van binnenuit”.

Middenpositie Tussen beide bewegingen in nemen de gereformeerden volgens Van der Zwaag nog steeds een middenpositie in. Met het ‘doperdom’ van vandaag de dag bedoelt Van der Zwaag een breed scala aan “radicale” christelijke bewegingen en kerken, zoals baptisten, pinkstergelovigen en evangelischen. “Ik zie steeds weer een golfbeweging in de geschiedenis”, zegt Van der Zwaag naar aanleiding van zijn boek. “Kerken worden in de loop van de tijd instituten die soms te veel verstarren. Als dat gebeurt, zijn er altijd weer mensen die het vuur erin proberen te brengen.” Charismatische beweging Zo ontstond ook de evangelische en charismatische beweging, waarover Van der Zwaag ook in zijn boek schrijft. Er is zelfs ook een charismatische beweging binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Van der Zwaag ziet hier zeker iets positiefs in. “Door de charismatische beweging zien rooms-katholieken de waarde in van een persoonlijk geloof. Er ligt veel nadruk op het werk van de Geest. Dat is positief, zolang het niet in strijd is met het Woord. Het is goed als we ernaar verlangen om meer vervuld te worden met de Heilige Geest. Gereformeerden zeggen daarover weleens: ‘Een christen lee vaak beneden zijn stand’. Natuurlijk mag het niet eindigen in de mens zelf en in zijn eigen gaven.” Aandacht voor de Bijbel Niet alleen de reformatorische kerken, ook de Rooms-Katholieke Kerk hee sinds de zestiende eeuw een ontwikkeling doorgemaakt. Aan grondposities van Rome is niet getornd. Van der Zwaag schrijft dat de kerk haar sacramenteel gefundeerd kerkbegrip alleen maar sterker hee verdedigd, de apostolische successie met aan het hoofd de paus hee verstevigd en de Mariaverering hee aangemoedigd. Daarnaast is het rooms-katholieke systeem volgens hem nog steeds gebaseerd op de medewerking van de mens met het heil. Tegelijkertijd is er ook veel ten goede veranderd. Zo is er veel meer aandacht gekomen voor de Bijbel en wordt die door individuele roomskatholieken veel meer gelezen. “De spannende vraag is in hoeverre een toenemende Bijbelse oriëntering bij Rome in de toekomst de vaste en bestaande ‘roomse’ kaders kan doorbreken”, schrijft hij. Rechtvaardiging Verder noemt hij de openlijke instemming van de Rooms-Katholieke Kerk met het leerstuk van de rechtvaardiging door het geloof alleen. Dit zou rooms-katholieken en protestanten vandaag de dag bij elkaar kunnen brengen. Tegelijkertijd schrijft Van der Zwaag wel dat rooms-katholieken met ‘rechtvaardiging door het geloof ’ totaal iets anders bedoelen dan protestanten. Is dat niet juist verwarrend? “De instemming met de rechtvaardiging door het geloof hee de Rooms-Katholieke Kerk niet wezenlijk veranderd, maar hee haar wel dichter bij de beginselen van de Reformatie gebracht”, antwoordt Van der Zwaag. Hij refereert aan het rooms-katholieke Luther-congres dat twee jaar geleden plaatsvond in Erfurt. Hier werd Luther niet meer afgeschilderd als een rebel of als een verwoester, maar als een hervormer van de kerk. Van der Zwaag ziet de toekomst hoopvol tegemoet. “Wie vertrouwen hee in het verrassende werk van de Geest, zal van Hem verwachten dat de meest taaie vestigingen en vastgeroeste posities opengebroken kunnen worden”, schrijft hij aan het eind van zijn boek.

Reformatie vandaag

Reformatorisch Dagblad | 06-04-2017

Lees hier een interview met de auteur over het boek Reformatie vandaag.

Het ging er vaak fel aan toe in de Reformatietijd: protestanten en rooms-katholieken voerden heftige debatten over de christelijke leer en dopers werden stevig aangepakt. Toch zijn het juist deze groepen die nu met elkaar in gesprek zouden moeten gaan, vindt dr. Klaas van der Zwaag. Want ondanks de soms grote inhoudelijke verschillen, kan de rijkdom van de Reformatie vruchtbaar worden gemaakt.

lees de volledige recensie van Maarten Stolk

Reformatie vandaag

Reformatorische Omroep | 5 mei 2017

De uitgave ziet er goed verzorgd uit. De auteur is in het dagelijks leven werkzaam als kerk- en religiejournalist bij het RD. Deze studie belicht de Reformatie in het kader van een tweevoudig strijd: enerzijds tegen de Rooms-Katholieke Kerk en anderzijds tegen de vrije anabaptistische (doopsgezinde) en spiritualistische stromingen. In 2025 wordt 500 jaar doperdom internationaal herdacht

Deze studie volgt dit tweevoudig debat door de eeuwen heen tot op de huidige tijd. De schrijver stelt de vraag hoe de Reformatie in deze tijd gestalte zou kunnen krijgen in een nieuw kontakst van enerzijds een veranderende RK-kerk en anderzijds nieuw doperse en charismatische vormen van kerk-zijn. De schrijver is van mening dat de Reformatie van de 6e eeuw een rijke inspiratiebron is voor de huidige kerk en theologie.
De studie is opgedragen aan W. van der Zwaag, vader van de auteur, wiens levenswerk in het teken stond van een verlangen naar reformatie en opwekking.
Appendix: 95 stellingen die de kern van de studie samenvatten en deze toespitsen op de kerk van deze tijd (Band 2 , blz.9).:
74. Klagen over teloorgang van de refozuil en de verwereldlijking van de refojongeren op het terrein van bijvoorbeeld het mediagebruik is het spreekwoordelijke dweilen met de kraan open zolang er geen aandacht wordt besteed aan de steeds meer naar buiten tredende tragiek van de refozuil: de afbraak van de innerlijke weerstand tegenover de wereld door gebrek aan levend geloof’(748)
88. Radicale vormen van het christendom houden de gevestigde kerken een spiegel voor. Zij wijzen naar het oorspronkelijke elan van de vroegchristelijke kerk (751)
90. De wereldwijde opleving van de spiritualiteit in de huidige tijd biedt een kans voor de verkondiging van het Evangelie (751).
92. 500 jaar Reformatie i s niet alleen een jubileum dat gevierd wordt ,maar ook aanleiding voor schudbelijdenis (751)
Van harte aanbevolen. Met dank aan de auteur voor hetgeen geboden wordt en aan de uitgever. Ik heb er al veel uren in gelezen. Het is een handboek!
Geschikt voor iedere geïnteresseerde en voor gebruik als studiemateriaal voor studenten theologie en geschiedenis.

Reformatie vandaag

Nederlands Dagblad | 12 mei 2017

Het zijn twee kloeke boeken geworden van in totaal 1739 pagina’s over de actualiteit van de Reformatie. Midden in het Reformatiejaar beschrijft Klaas van der Zwaag de Reformatie als ‘een wankel evenwicht’ en ‘balanceren tussen twee uitersten’

Alleen het overzicht van alle door Klaas van der Zwaag gebruikte boeken en artikelen beslaat al 52 pagina’s met kleingedrukte letters. ‘Veel werken heb ik zelfs kunnen lezen in de tijd van de baas’, zegt de kerk- en religiejournalist van het Reformatorisch Dagblad er zelf glimlachend over. ‘Het mes sneed aan twee kanten.’ Van der Zwaag ziet de actualiteit van de Reformatie in directe lijn met de middenpositie die de Reformatie al in de zestiende eeuw ‘moest bepalen ten opzichte van twee tegenstanders, te weten de Rooms-Katholieke Kerk en de beweging der dopers of anabaptisten’. Hij presenteert de Reformatie dus als een soort via media, net zoals Anglicanen zichzelf als gulden middenweg zien tussen het protestantisme en katholicisme, en rooms-katholieken zich soms presenteren als evenwicht tussen orthodoxie en protestantisme.
Waarom vindt u dat juist de Reformatie erin slaagt om een goed evenwicht te vinden?
‘Ik werk dat vooral uit ten aanzien van Woord en Geest, geloof en ervaring. Schematiserend kun je zeggen dat katholieken vooral het instituut belangrijk vinden en het doperdom de ervaring, de subjectiviteit. Natuurlijk moet je daar ook geen karikatuur van maken, want er bestaat ook zoiets als de charismatische beweging in de Rooms-Katholieke Kerk en het Tweede Vaticaans Concilie spreekt over het charismatische karakter van de kerk.’
U schrijft dat veel reformatorische christenen nog steeds een te negatief beeld hebben over de Rooms-Katholieke Kerk.
‘Op basis van verouderde denkbeelden over de Rooms-Katholieke Kerk inderdaad. Als je je niet hebt verdiept in de afgelopen decennia, ga je al gauw stereotypen herhalen. Ik denk dat ik wel op de troepen vooruitloop in reformatorische kring. Ik probeer het positieve en het gemeenschappelijke te zien in de Rooms-Katholieke Kerk. Ik heb alle documenten van Vaticanum II doorploegd, en dan zie je toch heel duidelijk een toenadering tot de Bijbel en een veel meer christocentrische openbaring. Het hele starre patroon van de neoscholastiek verdwijnt dan. Het persoonlijk geloof speelt veel meer een rol, actieve participatie van de gelovigen, herwaardering van de leek. Dat zijn allemaal dingen die ook een rechtgeaarde protestant kan waarderen. En ik vind dan ook dat je Rome daarin recht moet doen.’
Toch valt die houding niet bij iedereen in orthodox-protestantse kring in goede aarde.
‘In een bepaalde rechterflank niet, maar in andere delen, zoals de Gereformeerde Bond of de Christelijke Gereformeerde Kerken, weet men bijvoorbeeld de Jezus-boeken van Josef Ratzinger te waarderen. Toch blijft er ook een bepaald segment dat de paus nog steeds als de antichrist ziet.’
Tegelijkertijd schrijft u dat de Rooms- Katholieke Kerk wezenlijk niet veranderd is.
‘De katholieke kerk blijft volgens zichzelf een sacramenteel heilsinstituut. Dat zeggen ook de kardinalen Walter Kasper en Gerhard Müller. De Kerk is toch degene die het heil uitdeelt via de sacramenten, en daarom heb je de kerk nodig. Dit synergisme zit heel duidelijk in de katholieke kerk: de mens werkt samen met God. De katholieke kerk is een stuk optimistischer over de mens dan de reformatorische traditie.’
Zijn gereformeerden dan van nature pessimistisch?
‘Pessimisme klinkt al weer zo verlagend. Ik zou zeggen: ze zijn realistisch.’
Dat zeggen alle pessimisten van zichzelf, dat ze ‘realistisch’ zijn.
‘Als je realistisch bent, schittert de genade des te meer. Want de genade overwint alle zonde en alle vuiligheid. Dit is het beeld dat de Bijbel schetst in Genesis en in de brieven van Paulus. Ook de late Augustinus wordt weleens verweten dat hij te pessimistisch was. Daar had de katholieke kerk ook wel moeite mee, met die late Augustinus. Een katholiek zou zeggen: het strekt God veel meer tot eer dat de mens met God samenwerkt. Protestanten zeggen dan toch meer: alles God en de mens niets.’
‘Je moet de ogen niet sluiten voor het roomse zuurdesem in de eigen gelederen’, schrijft u. En dan noemt u alleen maar negatieve dingen: bijvoorbeeld: ‘subtiele werkheiligheid’ en ‘onderhorigheid aan het kerkelijk gezag’. Moeten we juist niet met vreugde erkennen dat er positieve ‘katholiciteit’ in het protestantisme zit en inmiddels ook positief ‘protestantisme’ in de katholieke traditie? Zet u de dingen niet nog te veel naast elkaar?
‘Wel naast elkaar, maar niet tegenover elkaar. Er blijven kardinale geschilpunten zoals ambt, kerk en eucharistie. Daarover moet het gesprek gaan. Maar ik pleit tegelijkertijd ook voor een authentieke Christus-vroomheid waarin katho- liek en protestant elkaar kunnen vinden. Daar zie je dan de katholiciteit van het protestantisme. Ik wil zoeken naar het samenbindende. Je moet niet beginnen met dogmatische geschilpunten, want daar kom je niet veel verder mee – tegelijkertijd moet je ze ook niet negeren. Maar laten we bijvoorbeeld in de ethiek en de Christusvroomheid het samenbindende zoeken. Vroomheid overstijgt alle confessionele geschillen en kerkelijke grenzen. Van daaruit kom je vanzelf weer op de dingen die verschillend zijn.’
En toch. Helemaal aan het eind van al die doorwrochte pagina’s volgen 95 door u geschreven stellingen, waarvan de allerlaatste zin luidt: ‘Wanneer we dit gesprek [tussen Rome en Reformatie] open en onbevooroordeeld ingaan, kunnen we wat betreft de uitkomst ervan verrast worden door onverwachte openingen van de Heilige Geest, die dwars door eeuwenoude tegenstellingen heen kan breken en nieuwe kerkelijke mogelijkheden schenkt’. Ziet u daar aanwijzingen voor?
‘Op korte termijn niet. Dat is een realistische overtuiging in zowel protestantse als katholieke kring. Maar we zijn wel dichter bij de kern van het christelijk geloof gekomen. Dat wil zeggen bij Christus en de Bijbel. Op het punt van de rechtvaardiging door het geloof, kunnen katholieken en protestanten elkaar de hand reiken. De rest vergt geduld en is iets voor de lange adem. Maar volgens mij is de eigenlijke tegenstelling niet meer protestant-katholiek maar vrijzinnig-orthodox.’
Toch kreeg ik bij het lezen af en toe de indruk dat het volgens u allemaal de goede kant op gaat, zolang ‘Rome’ maar de kant van het protestantisme op beweegt dat echter zelf onbeweeglijk ‘in het centrum’ blijft staan. Is het reformatorisch protestantisme toch niet teveel een statisch geloof?
‘Ik zie de Reformatie vooral als een dynamisch gebeuren. De Reformatie is nooit af. Een kerk moet altijd gereformeerd, gezuiverd worden. En op dit punt kunnen katholieken en protestanten elkaar de hand reiken. We moeten terug naar het elan, naar de bronnen. En ik ben soms ook wel kritisch naar de kerken van de Reformatie. Naar de ‘rechterzijde’: in hoeverre geloof je werkelijk in een onvoorwaardelijk evangelie, dat je niet eerst iets moet verdienen voordat je je geaccepteerd mag weten? En naar de ‘linkerkant’ bekritiseer ik de meer vrijzinnige protestanten. Die vullen de mondigheid op een heel vrijzinnig manier in. Op beide flanken verloochen je de erfenis van de Reformatie die juist die balans wilde handhaven. Daar kunnen soms nog wel harde noten gekraakt worden.’
Maar is de ervaringslaag bij gereformeerden toch niet ietwat onderbelicht gebleven?
‘Ja en nee. Wanneer bijvoorbeeld Müntzer en Karlstadt Luther verwijten dat hij slechts een verstandsgeloof heeft, dan is dat onterechte kritiek, want ook bij Luther is er een hele mystieke lijn. En die ervaring, de aanvechting, het subjectieve dat je bij hem vindt, zie je ook heel duidelijk bij Calvijn. In de lutherse traditie bleek er wel het risico dat het alleen ging over het Woord, en zo de Geest wat buiten beeld bleef. Zo raakte de kerk ook verstard en krijg je naamchristenen die er niks bij voelden dat ze christen waren. Maar altijd zie je de opkomst van ervaringsbewegingen zoals het piëtisme, puritanisme. In het gereformeerde christendom is, als het goed is, in de lijn van Calvijn, de theoloog van de Heilige Geest. God moet ondervonden worden. Er is een hele diepe relatie die door de mens heengaat, een mystieke laag. Als die vergeten wordt, krijg je dorre scholastiek. De ervaring moet getoetst worden aan het Woord en aan de leer. Daarom hebben we ook belijdenisgeschriften, als richtingwijzer. Daar zit een corrigerend element. En de gereformeerden geloven ook in de kerk. We hebben elkaar nodig om elkaar te corrigeren.’
U steekt uw bewondering voor de radicaliteit in de doperse traditie niet onder stoelen of banken.
‘Daar heb ik een ontwikkeling in doorgemaakt. Eerst dacht ik dat het spiritualisten waren die Woord en Geest scheiden. Maar radicaliteit vind ik op zich goed: er blijkt overtuiging en authenticiteit uit. Er liggen natuurlijk ook gevaren in teveel nadruk op de lokale kerkgemeenschap: zoals die van een te grote afzondering, het je opsluiten in een bepaalde groep van eensgezinden. Dan mis je de correctie van de kerk van alle eeuwen.’
Welke kant gaat het dan op met onze verschillende kerken?
‘Ik geloof niet in het samensmelten van instituten. Laat de katholieke kerk gewoon katholiek blijven en de protestante kerken ook zichzelf. Want al die fusies die roepen alleen maar nieuwe schisma’s op. Ik ben tevreden als je elkaar over grenzen erkent en herkent.’

Reformatie vandaag

Kerkblad HHK | 28 september 2017

“Wij protestanten lopen gevaar te vergeten dat we belijden te geloven: een katholieke kerk.” Dit citaat van de diepzinnige en oorspronkelijke ‘kerkvader’ O. Noordmans (1871-1956) prikkelt. Is het een gevaar te vergeten te belijden een katholieke kerk te geloven? Veel mensen denken bij het woord katholiek spontaan aan het (rooms-)katholicisme. Het woord katholiek wordt immers vaak uitgelegd als niet-protestant. Helaas hebben wij het woord ‘katholiek’ laten opeisen door de rooms-katholieke kerk. De woorden katholiek en protestant lijken elkaar uit te sluiten: je bent óf het één, of het ander. Toch zijn protestanten óók katholiek en is katholiciteit ook iets van protestanten. Klaas van der Zwaag bewijst ons een dienst door in het eerste deel van zijn dubbelwerk Reformatie Vandaag de lezer mee te nemen in een grondige kennismaking van de leer en spiritualiteit van Rome. Tegelijk helpt het ons om al te snelle inhoudelijke oordelen over Rome op basis van stereotypen weg te nemen.

De twee boeken van welhaast encyclopedische omvang zijn niet alleen maar een grondig en goed gedocumenteerd overzichtswerk van 500 jaar Hervorming ‘tussen Rome en doperdom’. Het helpt de lezer ook in de duiding van wat behoort tot het reformatorisch erfgoed en wat latere aanslibsels zijn. Ondanks de omvang van de twee boeken laat het epos van Van der Zwaag zich dus niet lezen als een encyclopedie met louter historische gegevens. In het voorwoord legt van der Zwaag zijn hart open als hij hoopt dat de herdenking van de Reformatie (dit jaar 500 jaar geleden) in essentie een hernieuwde toe-eigening, ontdekking en verdediging van het reformatorische geloofsgoed zal zijn. Dat klinkt een waarlijk gereformeerd christen als muziek in de oren. We zijn immers gereformeerd om voortdurend gereformeerd te worden. Wonderlijk genoeg kreeg deze herontdekking 500 jaar geleden gestalte in de intense zoektocht door de monnik Maarten Luther. Hij ontdekte na een geestelijke worsteling dat God in Christus een genadig en vergevend God is. Waar monnik Maarten eerst leefde van het geestelijk presteren, werd hij door gelovig zicht op Gods genade van deze martelend onzekere levensgang verlost. Hij ontdekte de kracht van de oorspronkelijke paulinische boodschap van de rechtvaardiging. Luthers geestelijke ontdekking bleek een aanjager te zijn tot een veel bredere, internationale beweging van de Reformatie met uiteindelijk zelfs wereldhistorische invloed. Deze beweging wordt door Van der Zwaag geschetst als een beweging tussen Rome en doperdom, tussen objectivisme en subjectivisme. Meer dan een protestbeweging of revolutie, was zij een antwoord op de geloofscrisis, waarin de kerk terecht was gekomen. Dat antwoord was niet origineel, in de zin dat het al niet eerder gezegd zou zijn. Op de keper beschouwd is de Reformatie een herleving van de genadeleer, zoals Augustinus die al in de Vroege Kerk uiteenzette. “De Reformatie was welbeschouwd de uiteindelijke overwinning van Augustinus’ leer van de genade op Augustinus’ leer van de kerk” (B.B. Warfield). De Reformatie is dus geen breuk met de kerk, maar juist een aansluiting bij de Vroege Kerk. De hervormde theoloog A.A. van Ruler waagde daarom de Reformatie “een moment in de traditie van de catholica” te noemen. Daarmee bedoelde hij dat de kerk van de Reformatie ten volle katholiek bleef. Er werd geen nieuwe kerk geboren, maar een al lang bestaande kerk gezuiverd. Dat deze zuivering grondig is geweest, is waar. Luther rekende af met de wildgroei en ballast van tradities die de Schrift overwoekerden. De Schrift was de enige gezaghebbende bron van openbaring en dat had consequenties voor de waardering van onder andere de roomse sacramentsleer, haar ambtsopvatting en de mariologie. Uitvoerig behandelt Van der Zwaag in zijn boek de inhoud van de leer van de kerk van Rome en weegt deze in het licht van de reformatorische kritiek. Die kritiek is stevig en scherp. Toch kon Luther zeggen dat er onder het pausdom “veel christelijks en goeds is, ja, het hele christelijke erfgoed” aanwezig is. En Calvijn sprak over sporen (vestigia) van de kerk die zijn overgebleven bij Rome. Omdat er zowel bij Luther en Calvijn (en ik denk dat je kunt stellen in het algemeen bij de vroege reformatoren) het besef aanwezig was dat gebouwen wel kunnen instorten en in verval raken, maar daarmee nog niet tot het fundament afgebroken hoeven te worden, handelde en dacht men in een katholieke geest. Bij Calvijn kwam dat onder andere tot uiting in het menigvuldige beroep dat hij doet op de kerkvaders. Calvijn gelooft de katholieke kerk. Hij bezit de waarheid niet, maar belijdt dat de waarheid een gemeenschappelijk bezit is. De kerk gaat aan ons vooraf. Wij leven niet in een isolement of vacuüm. We maken deel uit van de kerk der eeuwen. Het zou van hoogmoed en bekrompenheid getuigen niet te willen leren en te willen putten uit de bronnen van het verleden. Ons verstaan van de Schriften is immers beperkt en voorlopig. Een van de verdiensten van Van der Zwaags boek is dat hij op tal van manieren inzichtelijk maakt dat de kerk al langer bestaat dan de afgelopen 500 jaar. Het boek van Van der Zwaag kan helpen om een sensitiviteit en ontvankelijkheid te ontwikkelen ten opzichte van het verleden. Dat is in lijn met het uitgesproken verlangen van Paulus om samen met al de heiligen de breedte, lengte, diepte en hoogte van de liefde van Christus te kennen (Ef. 3:18-19). Dit verlangen verbindt een christen van de 21e eeuw aan de geschiedenis die aan hem vooraf ging en waar hij tegelijk deel van uitmaakt. De onnaspeurlijke rijkdom van Christus is in de loop der eeuwen door de Geest aan diverse mensen geopenbaard. Zou de kerk niet gebaat zijn met wat meer ‘protestantse katholiciteit’? Wie belijdt reformatorisch te zijn, zal niet opgeven katholiek te denken. Waar dat toe zou kunnen leiden? Tijdens de presentatiebijeenkomst hield de auteur een referaat met de titel Dromen van een katholieke kerk. Als ik goed geluisterd heb, droomt Van der Zwaag niet van een gemeenschappelijk instituut. Daarvoor zijn de verschillen te groot. Hij hunkert naar geestelijke herkenning, een oprechte Christocentrische vroomheid, in lijn met de kerk der eeuwen, die een hartelijke verbondenheid teweeg kan brengen. In het voetspoor van een hernieuwd besef van katholiciteit, kunnen we het dan ook hebben over de kardinale verschillen tussen Rome en Reformatie. Nogmaals, er zijn wezenlijke verschilpunten, vooral op het punt van het ambt, de eucharistie, de kerk- en genadeleer. Die verschillen zijn te groot om onder het vloerkleed geschoven te worden, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat Rome zich vanaf de twintigste eeuw heeft ontwikkeld als een kerk ‘tussen traditie en vernieuwing’. Het gereformeerde gesprek over katholiciteit kan in deze dagen een nieuwe impuls gebruiken. De gereformeerde traditie is ons lief. Maar zij mag niet verabsoluteerd worden. Wij belijden immers iedere zondag “Ik geloof de heilige katholieke kerk”. Het is écht gereformeerd een katholieke gezindheid te beoefenen. Het zou mooi zijn als het boek van Van der Zwaag daaraan een bijdrage kan leveren. Gereformeerd én radicaal Enkele overwegingen bij Reformatie Vandaag (deel 2) In het vorige artikel is aandacht besteed aan het front van Rome waarmee de Reformatie strijd had te voeren. De Reformatie voltrok zich echter tussen twee vuren. Enerzijds de kerk van Rome, anderzijds het doperdom. Van meetaf aan is dit een heftig debat geweest. Tussen Rome en doperdom werd de weg gezocht. We hebben in het vorige artikel gezien dat Klaas van der Zwaag met zijn boek een katholieke gezindheid wil stimuleren. Maar hoe ging de Reformatie om met het 'doperdom'? De term 'doperdom' wordt door van der Zwaag als een parapluterm gehanteerd, waaronder tal van stromingen en bewegingen vallen. Het is ondoenlijk om die rijke geschakeerdheid in dit artikel te belichten. Wie meer wil weten en zo een goed historisch overzicht wil krijgen, leze het boek van Van der Zwaag. Het doperdom is in zijn algemeenheid te karakteriseren als een vernieuwingsbeweging, die de Reformatie niet radicaal genoeg vond. Men vond het protestantisme wel een verandering, maar geen verbetering van het katholicisme. Zo ontstond deze horzel in de pels van de Reformatie. Hoe duidt van der Zwaag het doperdom in het algemeen? Doperse bewegingen zijn varianten van een radicaal christendom die gespitst zijn op vernieuwing van de kerk, heiliging van het leven en intensivering van de geestelijke omgang met God. Ze zijn niet tevreden met uiterlijke conformiteit aan de kerk, formele onderschrijving van confessies, maar streven naar een dagelijkse omgang met God met gevolgen voor het leven van alledag. De kracht van deze traditie ligt volgens Van der Zwaag in het feit dat in het dagelijks leven de echtheid van het geloof moet blijken. Christelijk geloof is een existentiële zaak en derhalve praktisch van aard. Naam- en sleurchristendom, zelfgenoegzaamheid en gestolde vroomheid wordt aan de kaak gesteld. Niet zelden staan binnen deze bewegingen dwarsliggers op die profetische kritiek uiten op de tijdgeest en het leven van de navolging benadrukken. Hier valt te denken aan mannen als Søren Kierkegaard en Dietrich Bonhoeffer. Zij protesteerden in hun eigen tijd en context tegen een te vrijblijvende opvatting van genade en rechtvaardiging zonder een werkelijk christelijke levenspraktijk. Zij ageerden tegen de verwatering en verburgerlijking van het christendom. Het kan immers niet zo zijn dat christenen tevreden zijn met een gemakzuchtig en minimaal christenleven. Theologisch gezien is de precaire verhouding tussen Woord en Geest een item. Niet zelden onderschatten doperse bewegingen het Woord en overaccentueren zij het werk van de Heilige Geest. Het vaak overmatig accent op het innerlijk werk van de Geest maakt de doperse beweging kwetsbaar voor overdrijving en onevenwichtig. Verder is de plaats en waardering van het verbond minimaal. Er zou meer te noemen zijn. Ik vind dat Van der Zwaag in zijn tekening van de breed vertakte beweging van het doperdom op genuanceerde wijze laat zien doperse bewegingen het risico van eenzijdigheid lopen. Dit laat onverlet dat we als kerk anno 2017 dienen door te vragen naar de waarheidselementen van heiligingsbewegingen. En op dit punt zijn er lichtende voorbeelden in de historie! Van der Zwaag laat zien dat iemand als Calvijn genuanceerd over het doperdom dacht. Weliswaar benadrukte Calvijn tegenover het doperdom dat de Geest altijd door het Woord is genormeerd, toch slaagde hij erin de zuivere elementen van het doperdom te integreren in zijn kerkbegrip en toont zich daarin waarlijk katholiek. Ook in Nederland bleken calvinistische piëtisten veel elementen van authentieke vroomheid te ontdekken bij doopsgezinden. Openheid voor (de vroomheid van) andersdenkenden hoeft blijkbaar niet per definitie te leiden tot onverschilligheid in de leer. Ik vermoed dat wij veel kunnen leren van een man als J.C. Ryle, een persoon die Van der Zwaag opvoert in zijn boek. De irenische christen Ryle bespreekt in zijn mooie boekje Christian Leaders of the 18th Century John Wesley. Hoewel Ryle volledig instemde met het verwijt van arminiaanse denkbeelden bij Wesley, was voor hem geen reden om hem te veroordelen. Wesleys hartstochtelijke gedrevenheid en authentieke vroomheid was voor Ryle een spiegel, terwijl de confessionele verschillen geen factor van onderlinge verwijdering was. We gaan blijkbaar in het spoor van de reformatoren wanneer wij pogen de waarheidselementen vast te houden uit de stromingen waarvan de Reformatie zich onderscheidt (Rome en doperdom). Het is een kunst om dwars door eenzijdigheden van deze bewegingen heen te ontdekken, waar de onbetaalde rekeningen van de kerk liggen. Natuurlijk, wie één aspect van de geloofsleer overbelicht (bijv. het werk van de Heilige Geest) radicaliseert snel. Hoewel de doperse beweging (in welke vorm zij zich ook ontplooit) een overreactie is op de reformatorische traditie, zit er altijd een element van waarheid in die overreactie. Misschien laat een overreactie ons wel des te scherper zien wat er voor potentieel in de reformatorische traditie zit. Want in potentie is de gereformeerde traditie radicaal genoeg. De erfenis van de Reformatie is het waard om bewaard te worden. Niet in het museum van oudheden, maar in het verwonderd ontvangen en gelovig beamen van wat gezegd is. Zo alleen repeteren we geen tijdloze waarheden, maar ontvangen we de schat van het Evangelie om door te geven aan de toekomstige generatie. De schat van het Evangelie: het volstrekte genadekarakter van het heil, de rechtvaardiging door het geloof, de Schrift als bron, norm en fundament van het geloof. Zo zijn we katholiek, gereformeerd én radicaal.

Reformatie vandaag

Reformatorisch Dagblad | 28 oktober 2017

Journalist en theoloog Klaas van der Zwaag schreef een indrukwekkend boek. Niet alleen qua omvang –meer dan 1700 paginas– en de hoeveelheid geraadpleegde literatuur, maar vooral wat betreft de inhoud.

Bij de presentatie van de tweedelige studie ”Reformatie vandaag” werd Van der Zwaag, kerknieuwsredacteur bij het Reformatorisch Dagblad, gekarakteriseerd als een encyclopedist: een in deze tijd zeldzaam (en waarschijnlijk uitstervend) ras. Het is een gave om vijf eeuwen kerkgeschiedenis te overzien en overzichtelijk weer te geven. Aanleiding tot deze studie, met de ondertitel ”500 jaar Hervorming in debat met Rome en nieuwe vormen van doperse radicaliteit”, is de herdenking van 500 jaar Reformatie. Maar Van der Zwaag doet meer dan alleen de geschiedenis en uitwerking van de Reformatie weergeven. Hij probeert ook het eigene van de Reformatie op het spoor te komen door deze te positioneren tussen Rome en –wat hij noemt– de doperse radicaliteit. De Reformatie kan naar zijn oordeel niet worden losgemaakt van deze beide polen. De Hervorming was immers een tegenbeweging tegen Rome, maar riep op haar beurt ook weer een tegenreactie op: de doperse beweging. IJkpunten In het eerste deel, getiteld ”Het geding met Rome”, beschrijft Van der Zwaag de opkomst van de Reformatie, het eigene ervan en de reactie van Rome op de Reformatie. Hierbij beperkt hij zich niet tot de tijd van de Reformatie zelf, maar maakt hij ook de ontwikkeling die Rome doormaakte inzichtelijk en gaat hij in op de verhouding tussen Rome en Reformatie vandaag. IJkpunten hierbij zijn de visie op genade, de kerk, het ambt, de sacramenten, Schrift en traditie. Het tweede deel gaat over het geding met de doperse beweging en beschrijft de opkomst van de radicale reformatie, die vond dat de hervormers op een aantal punten niet ver genoeg gingen. Hierbij betrekt Van der Zwaag zowel de dopers (de doopgezinde traditie) alsook de evangelische beweging. Ze zijn beide kinderen van de radicale reformatie, waarbij de laatste vandaag het invloedrijkst is. Van der Zwaag ziet de Reformatie als een „balanceren tussen twee uitersten.” Waar bij Rome de vrijheid van de Geest aan banden werd gelegd door het instituut van de kerk, werd in de doperse traditie de vrijheid van de Geest juist losgemaakt van uiterlijke heilsmiddelen, zoals de kerk en het Woord. De Reformatie wilde beide uitersten vermijden en beschouwde de kerk als instrument van het heilsgebeuren, waar Woord en Geest elkaar ontmoeten. Woord en Geest zijn geen of-of, maar en-en: de Geest werkt door het Woord en het Woord heeft de kracht van de Geest nodig om heilzaam te zijn. Positie kiezen Het is onmogelijk om in het korte bestek van een recensie recht te doen aan de brede inhoud van deze studie. Een paar opmerkingen. De uitvoerigheid waarmee Van der Zwaag schrijft heeft het gevaar in zich dat je door de bomen het bos niet meer ziet. De kracht van het boek is tegelijk zijn zwakte. Het boek leent zich uitstekend als naslagwerk om de visie van Rome of de dopers op een bepaald onderwerp op het spoor te komen. Maar het vergt veel tijd en discipline om het integraal te lezen. Niet alleen encyclopedisten zijn vandaag immers een bedreigd ras, dat geldt ook voor grondige lezers. Ook het gebruik van minder bronnen had mogelijk de leesbaarheid ten goede gekomen. Het boek heeft door het samenvoegen van allerlei bronnen soms een wat opsommend karakter. Daarnaast zou de auteur vaker zelf positie mogen kiezen. Zo noemt hij de visie van de Duitse kerkhistoricus Berndt Hamm, die beweert dat er helemaal geen tegenstelling is tussen de aflaathandel en de reformatorische visie op de genade, zonder deze stellingname te evalueren of te bekritiseren. Hetzelfde gebeurt bij de uitvoerige beschrijving van het huidige debat over de betekenis van de rechtvaardiging bij Paulus: allerlei visies worden benoemd, maar er wordt niet duidelijk stelling genomen. Nu is het niet eenvoudig om daar een oordeel over te vellen, maar het boek zou beslist aan kracht gewonnen hebben als dat vaker was gebeurd. Evangelische beweging Omdat het debat met Rome in Nederland een achterhoedegevecht is geworden, lijkt de relevantie van deze studie voor de gereformeerde gezindte vooral te zitten in het tweede deel. Daarin beschrijft Van der Zwaag helder de bronnen van de evangelische beweging en spiegelt deze met de reformatorische visie. Dat deel is verplichte kost voor wie inzicht wil krijgen in deze beweging, die op allerlei manieren ook de gereformeerde gezindte beïnvloedt. Van der Zwaag betrekt hierbij ook recente discussies, zoals die over Heart Cry (een stichting die inzet op geestelijke verdieping en de bewustwording van de noodzaak van herleving), en poogt een faire bespreking van de verschillende standpunten te geven. De les is dat de gereformeerde traditie alleen maar toekomst heeft als gepoogd wordt het eigene van de Reformatie vast te houden: de spanning bewaren tussen Woord en Geest. Dat voorkomt objectivisme en subjectivisme, wat de veilige koers is om kerk en geestelijk leven gezond te houden. De gereformeerde kerk kan immers alleen gezond blijven door zich telkens weer door Woord en Geest te laten reformeren. Kennisname van deze studie kan daar zeker toe bijdragen – en dat is een van de zaken die de auteur voor ogen stond bij het schrijven van dit boek. De woorden van zijn vader, W. van der Zwaag, die het boek als motto meekreeg, getuigen daarvan: „Als vorm en traditie het opkomende geslacht bij de kerk moeten bewaren dan is het een verloren zaak. Alleen in een weg van waarachtige reformatie en wederkeer tot de God der vaderen zal er nog gegronde verwachting zijn voor de toekomst van de vaderlandse gereformeerde Kerk!” Een waarschuwing en een appel die we alleen tot schade van onszelf kunnen negeren.

Bezoek ook andere websites van Erdee Media Groep

bezoek ook sluiten