Winkelmandje

Dit artikel zit al in uw winkelwagentje. Wanneer u meerdere exemplaren wilt bestellen kunt u dat doen via

Er zijn geen artikelen in het winkelmandje.

Nu het ouderdomt

Nu het ouderdomt

Scheerlicht over het leven van ds. A. Beens

Aad van Toor

Genre:Christelijk leven
ISBN:9789402901085 (Paperback)
Druk:2e druk
Pagina's:279
ISBN:9789402904253 (E-book)
Druk:1e druk
Bekijk eerste pagina's
Nu het ouderdomtSluiten
Uitverkocht

Dit boek is helaas niet meer via deze site te verkrijgen.

Uw plaatselijke boekhandel kan het boek nog wel op voorraad hebben.

In winkelmandje leggen
Paperback
In winkelmandje
2-3 dagen

€ 16,95

E-book
In winkelmandje
Direct download

€ 12,99

Het is een roerige tijd als A(rend) Beens theologie studeert. Provo’s, kabouters, studenten en vredesbewegingen gaan de straat op om de wereld, desnoods met geweld, te verbeteren. Het ontgaat student Beens natuurlijk niet, maar zíjn blikrichting is een andere. Hij verlangt naar het predikantschap en om dat doel te bereiken moet hij hard studeren. Ook binnen de Nederlandse Hervormde Kerk waaraan ds. Beens verbonden is, hebben grote veranderingen plaats. Het zogenoemde Samen-op-Wegproces verbindt weliswaar drie kerken, maar zorgt ook voor een diep ingrijpende scheiding binnen ‘zijn’ Nederlandse Hervormde Kerk. Het snijdt de predikant door zijn ziel en laat een blijvend, pulserend verdriet achter. In vijftig jaar verandert er veel rondom ds. Beens. Maar het Ankerpunt van zijn leven blijft onveranderlijk in Gods genade en Zijn trouw. Naast een levensschets, biedt dit boek een serie opstellen voor gemeenteleden, waarin de predikant de achterliggende jaren en kerkelijke gebeurtenissen in zijn gedachten terughaalt.

Aad van Toor is al vele jaren werkzaam bij het Reformatorisch Dagblad. Naast leidinggevend en coördinerend werk op diverse redacties, schreef hij verschillende predikantsbiografieën.

Ds. A. Beens (1946) wordt in 1972 bevestigd als predikant en dient achtereenvolgens de gemeenten van Wekerom, Sommelsdijk, Huizen, Krimpen aan den IJssel, Lunteren, Urk en Katwijk. Daarnaast zette hij zich in verschillende maatschappelijke organisaties in. Sinds zijn (vervroegd) emeritaat in 2005 woont hij in Barneveld.

Recensies

Nu het ouderdomt

Eilandennieuws | 14-04-2017

Ds. A. Beens (1946) wordt in 1972 bevestigd als predikant en dient achtereenvolgens de gemeenten van Wekerom, Sommelsdijk, Huizen, Krimpen aan den lJssel, Lunteren, Urk en Katwijk. Daarnaast zette hij zich in verschillende maatschappelijke organisaties in. Sinds zijn (vervroegd) emeritaat in 2OO8 woont hii in Barneveld. Aad van Toor is al vele jaren werkzaam bij het Reformatorisch Dagblad. Naast leidinggevend en coördinerend werk op diverse redacties schreef hij verschillende predikantsbiografieën.

Voor velen op Flakkee is ds. Beens geen onbekende. Voor de Sommelsdiekers zullen hem nog goed herinneren. Zo ook de schrijver van deze bespreking. Ik kan u verzekeren, dat dit boek van begin tot einde boeit en een schat van gegevens biedt. Eenmaal begonnen met lezen, kunt u niet stoppen. Wat kunt u verwachten? Ik vat e.e.a. samen uit het voorwoord van Aad van Toor:
‘In dit boek is vooral aandacht gegeven aan het ambtelijke leven van deze predikant. Op een bijzonder rake en puntige wijze typeert ds. Beens de gemeenten, die hij diende, waaronder ook Sommelsdijk. Zelf afkomstig uit Genemuiden, draagt hij het vissersvolk een warm hart toe. Maar hij spaart hen ook niet: ook vissers kunnen alleen zalig worden door het reinigende bloed van Christus’.
Niet alleen biografische hoofdstukken kenmerken dit boek, maar ook benoemt de schrijver de veelheid van aspecten van het leven van een gemeentepredikant. Een treffend citaat is het volgende: het zijn vooral de terugblikkende mijmeringen van een leven waar hij naar eigen zeggen ‘doorheen is gedragen en geslagen’. Maar het allerbelangrijkste, waarom ds. Beens wilde meewerken aan dit boek is het willen getuigen van de trouw van een genadig God, Die hem het leven door ‘herderde’. Deze en meerdere uitdrukkingen typeren de emerituspredikant. De titel van dit boek is ontleend aan een gedicht van de theoloog Willem Barnard, die als dichter beter bekend is als Guillaume van der Graft. Hij was de eerste die het zelfstandige naamwoord ‘ouderdom’ gebruikte als werkwoord. Ouder worden is niet een passief gegeven, maar het is een al actie. De ondertitel spreekt van scheerlicht: het licht van de vuurtoren draait zijn rondjes en scheert, voor even, over de schaduwen van de omgeving. Het scheerlicht beperkt zich tot contouren, desnoods fragmenten. Voor wie is dit boek geschreven? In de eerste plaats voor belangstellende gemeenteleden. Op een eerlijke wijze gunt ds. Beens ons een blik in de studeerkamer, vertelt bewogen over het pastoraat en laat meekijken vanaf de kansel, de gemeente in. Hij hoopt zo dat de ingewikkelde positie van de dominee, die tussen God en mensen in geplaatst, meer begrip krijgt. Zelf zegt hij daarvan: ik voel me wel één met hen (gemeente), maar ben niet in alles één met hen.
Het slot van het Voorwoord wil ik letterlijk meegeven:
Ten diepste bleef Arend Beens zich altijd het kind bij de taanketel voelen. Zijn lijf groeide gestaag naar volwassenheid, hij vergaarde kennis, deed ervaring op. Zijn statuur als predikant bezorgde hem ongewild aanzien, zijn talenten werden door anderen gezien en ingezet. Maar hij kon, in zeker opzicht, nooit boven dat kind uitgroeien. Dat kind, zegt zijn vrouw Herma Beens-Kanis, ‘ging altijd met hem mee, was getuige van al zijn zuchten en zijn spreken en bewaarde hem voor hoogmoed. Het kleine jongetje werd dominee, als klein jongetje werd hij ook dominee-af. Wat overbleef was ‘onvervreemdbaar kindschap’. God geve nog vele kleine jongetjes om groot van hun Zender te spreken.’
Dat is de teneur van het hele boek. Van alle plaatsen die hij heeft mogen dienen is een hoofdstuk (of meerdere) gewijd. Omdat deze bespreking vooral op ons eiland gelezen wordt, kan ik het niet laten om daar ook nog iets van mee te geven. Maar verder als aanstippen wordt het niet, want u moet het toch echt zelf ter hand nemen. Hier is een predikant aan het woord, die dwars door alle moeite, zorgen en strijd ook de vreugde van het predikant schap mocht beleven en de trouw van zijn God mocht ervaren en doorgeven. Het Samen-op-Wegproces greep diep in zijn leven in, zoals ook in het leven van veel hervormd-gereformeerde predikanten. Ds. Beens noemt dit een ‘pulserend verdriet’: een verdriet dat niet overgaat en telkens weer de kop opsteekt.` Ds. Beens heeft zich de eerste maanden weleens afgevraagd waarom de gemeente Sommelsdijk hem heeft beroepen. Maar hij begrijpt het ook weer: het moest. Hij moest toch door Samaria gaan? Hij weet het toch telkens weer: het Woord zal zijn werk doen. Vast en zeker. Bij de kennismaking kunnen gemeenteleden de dominee en zijn vrouw even de hand drukken. Aan het eind van de rij schuifelt een oudere vrouw, in het zwart gekleed. Als ze aan de beurt is, kijkt ze de predikant aan en meldt met een hoog, fijn stemmetje dat ze geen ouderling is. Dat heeft de dominee ook niet gedacht, zegt hij. Ze is ook geen kerkvoogd. Dat verbaast de predikant ook niet. Zij noemt zich ‘maor een aerme ziele’. Dat doet de dominee genoegen, daar kun je er nooit genoeg van hebben. Hij komt er later achter dat inderdaad haar geestelijke rijkdom schuilgaat achter de armoede die ze in zichzelf ervaart. Ze is voor de gemeente een soort Lydia… Elke maandagmorgen loopt hij even bij vrouw Kievit. Dan worden de preken van zondags nog eens doorgenomen. Dan is de leraar leerling en krijgt hij onderwijs. Vrouw Kievit weet waarover ze het heeft, maar haar kritiek is liefdevol verpakt. De predikant leert er veel van en ervaart de maandagochtenden als oases. Sommelsdijk is een grote oefenschool voor Arend Beens.
Van harte aanbevolen! Neem, lees, herlees, overdenk, bemediteer en doe er uw winst mee.

Nu het ouderdomt

Nederlands Dagblad | 19 mei 2017

Arend Beens (geboren 1946) is emeritus-predikant in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Voorheen was hij daarnaast columnist bij het Reformatorisch Dagblad en voorzitter van hulporganisatie Woord en Daad. Dit boek heeft hem als onderwerp.

Het valt uiteen in tweeën, een biografisch en beschouwend onderdeel. Aan de hand van talrijke anekdotes en op een eerlijke, openharige wijze beschrijft de auteur Beens’ jeugd en zijn tijd in de zeven hervormde gemeentes waarin hij voorganger was. Hij werkte hard, te hard. Noodgedwongen ging hij in 2005 daarom met vervroegd emeritaat. Als pijnlijk ervaarde hij het kerkelijke fusieproces dat leidde tot de PKN. In het tweede deel blikt hij daarop terug. Ook staan in dat deel bespiegelingen over onder meer het maken van preken, het predikantschap en de Gereformeerde Bond. De auteur van het boek is redacteur bij het Reformatorisch Dagblad.

Nu het ouderdomt

Reformatorisch Dagblad | 15 mei 2017

Is het een biografie? Een egodocument? Of moet je het een tijdsbeeld noemen... Wie het boek ”Nu het ouderdomt” ter hand neemt, ziet van alle drie de karakteristieken wel iets terug. De ondertitel ”Scheerlicht over het leven van ds. A. Beens” geeft wellicht het meest treffend de inhoud weer. Scheerlicht wordt gevormd door stralen van een vuurtoren die kort over de schaduwen van de omgeving scheren, waardoor contouren even oplichten. Zo laat het boek licht vallen over het leven van ds. Arend Beens.

Dat scheerlicht hooguit fragmenten laat zien, houdt in dat het boek geenszins pretendeert volledig te zijn. Al is dat voorbehoud volgens mij meer van toepassing op deel twee dan op deel een. Het eerste deel is biografisch getoonzet en geschreven door Aad van Toor, redacteur bij het Reformatorisch Dagblad en schrijver van enkele predikantsbiografieën. Vanwaar deze domineesbiografie? Is het om nieuwsgierige gemeenteleden alsnog een inkijkje te gunnen in de pastorie? Niet in de eerste plaats. Het wil, zegt het voorwoord, vooral belangstellende gemeenteleden van dienst zijn. Als hun een blik wordt gegund in de studeerkamer van de dominee, als zij meekijken over de schouder van de pastor naar diens herderlijke zorg, of als zij vanaf de kansel met hem de gemeente inzien, gebeurt dat alles in de hoop dat er meer begrip ontstaat voor de ingewikkelde positie van de dominee – geplaatst tussen God en mensen.
Het biografisch gedeelte werpt niet alleen licht over het levenspad van ds. Beens, maar laat tussen de regels door ook de vaak verborgen en wonderlijke leiding van God zien. Net als ieder mens staat ook een dominee op de schouders van zijn voorgeslacht. Tegelijkertijd maakt hij deel uit van zijn tijd. Beide gegevens bepalen voor een belangrijk deel iemands ontwikkeling en levensgang. De betrokkenheid van God op ons leven is verweven in de tere draden van Zijn bemoeienissen. Soms komen die aan de oppervlakte, meestal blijven ze verborgen, zodat Jezus’ woord aan Petrus ook ons geldt: Hierna zult u het verstaan.
In deel twee reflecteert de predikant zelf op zijn voorbije ambtelijke leven onder de titel ”Herijken in Bijbels licht”. Nu de stilte van het emeritaat is gevallen, is het tijd om de balans op te maken. De schrijver legt verantwoording af voor zichzelf. Tegelijkertijd hoopt hij dat anderen, en dan niet alleen predikanten, zich erin zullen herkennen. Al zullen vooral zijn collega’s met dit boek een spiegel voorgehouden krijgen.
De auteur is zelf de eerste die in de spiegel kijkt, en geeft zijn lezers een eerlijk beeld. Hij verzwijgt niet dat zijn predikantsleven vaak een aangevochten bestaan was, juist met betrekking tot zijn roeping tot het ambt of naar een gemeente.
Zulke aanvechtingen kunnen te maken hebben met iemands karakter en gevoeligheden, maar als satan dat aangrijpt om je op de zeef van de beproeving te werpen, raakt je hele domineesbestaan aan het wankelen. Dat confronteert je juist aan het einde van je ambtelijke loopbaan met de vraag wie je eigenlijk bent als God het ambt van je terugneemt. In al die wankelingen was en is ook ds. Beens één houvast gegund: de roepende God is ook de getrouwe God. Daar hangt heel het domineesbestaan tot en met het emeritaat van af. Dat kan slechter...
Ds. Beens hecht (terecht) grote betekenis aan de roeping tot het ambt. Daarom spreekt hij zijn zorg uit over ontwikkelingen die hij in domineesland waarneemt. Zoals het weglopen voor de positie die een predikant van Godswege is gegeven. Of de verzakelijking van het ambt, zoals die zich vertaalt in een veertigurige werkweek. Zo’n verzakelijking, die zich aandient als professionalisering van het ambt, is voor ds. Beens niets anders dan een ontluistering van het ambt. En hoewel hij er oog voor heeft dat gemeenten de predikant soms beschouwen als een lijfeigene, die voor alles en iedereen klaar moet staan, benadrukt hij met klem dat het ambt van ‘boven’ is gegeven. Wie van daaruit ambtelijk denkt en handelt, zal Gods goedkeuring én gezag van mensen verwerven. Daarbij staat het „herautenwerk”, de prediking, bij collega Beens op nummer één – bekend bij ieder die ooit onder zijn gehoor was.
Is het slechts nostalgie als de schrijver stelt dat in kerkenraden van hervormd-gereformeerden huize mannen met geestelijk gezag meer en meer ontbreken? Ambtsdragers die meer nog dan hoogleraren de jonge dominee in zijn eerste gemeente(n) aansturen en hem daarin wegwijs maken? Niet het minst geldt dat dan voor de ligging en het geestelijk gehalte. Het is een tijdsverschijnsel dat grote mannen (in eigen oog meestal klein) ontbreken. Maar is die ontwikkeling in geestelijke zin geen teken aan de wand?
Jammer genoeg ontbreekt in de index de paginanummering bij de hoofdstukkenvermelding. En is het bij de eindredactie niemand opgevallen dat de hoofdstukkennummering in het boek en in de index vanaf hoofdstuk 18 uiteenlopen? Deze technische onvolkomenheden zullen zeker niet verhinderen dat het boek voor meelevende gemeenteleden, tijdgenoten en ambtgenoten veel herkenning biedt.

Nu het ouderdomt

De Waarheidsvriend | 11 mei 2017

Blij ben ik met de verschijning van het nieuwe boek van ds. A. Beens, ook al uit hij stevige kritiek op de Gereformeerde Bond, de vereniging waarvoor ik al zoveel jaar werk, én op De Waarheidsvriend. Misschien komt die dankbaarheid vooral door al die passages waarin de Barneveldse emeritus predikant kwetsbaar is, als mens, als kind van God.

Enige verrassing was er in hervormde kring wel, eerst bij de aankondiging van deze uitgave, daarna bij de verschijning van Nu het ouderdomt. Scheerlicht over het leven van ds. A. Beens. Een soort domineesbiografie, past dat niet meer in de traditie die stoelt op de Afscheiding dan in de hervormde? De vraag naar de reden van de publicatie van dit boek blijft open na lezing van pagina 1 tot 179, waarin RD-redacteur Aad van Toor het leven van ds. Beens tekent, van de wieg tot het emeritaat. Dan houdt de predikant honderd pagina’s lang zelf de pen vast, dan lezen we het motief voor deze uitgave. Twaalf jaar na het vervroegde emeritaat in Katwijk wil ds. Beens terugblikken, ‘de balans opmaken van een leven vol theologie en domineeswerk’, meer bieden dan een verantwoording voor zichzelf. ‘Ook een ander kan zich er wellicht in spiegelen en herkennen.’ Daarmee komt Nu het ouderdomt in mijn boekenkast naast Vrees en vreugde van dr. W. Verboom, die zich in deze uitgave ook rond zijn zeventigste verjaardag verschenen concentreerde op zijn ervaringen als beginnend predikant in Benschop. Groeit er zo toch iets van een hervormde traditie, ingegeven door de snel veranderende tijd?
Het biografische deel vertrekt in Genemuiden, de plaats waar de naam ‘Beens’ vanouds vele kolommen in de telefoongids vult en waar in 1946 Arend geboren wordt. (Overigens, in het Nederlands Dagblad schreef dr. B.J. Spruyt onlangs dat ds. Beens tot het type gerespecteerde predikant ten behoort van wie je de voornaam niet eens weten wilt...) De fraaie woordkeus in het doen oplichten van het verleden geeft direct al iets extra’s aan dit boek. Als Arend op zijn klompen langs de hoge ramen van de woning van opoe en opa loopt, lezen we dat ‘de licht bedompte lucht van het binnenleven alle papiervezels en het linnen erachter bezet heeft’. Of, als ds. Beens de komst van het beleidsplan in de kerk hekelt: ‘Waar zouden we dat voor nodig hebben? Ieder deed toch zijn biddende best?’ Al groeit de jongen op tussen netten en fuiken, een visserman wordt hij niet. Als kind raakt hem de onbenoembare gloed van de eredienst, waar de wolk van het heilige hangt, waar het verlangen in het jongenshart geboren wordt om net als ds. G.H. van Kooten het Woord te verkondigen. Dat verlangen doortrekt het leven van ds. Beens, dat wordt de kern van zijn leven en zo laat hij in zijn domineeshart kijken. Het is een roodgekleurde draad in dit boek, de verkondiging dat het verzoend zijn met God door Jezus Christus alleen de redding en troost in mijn leven is. Dat ambt, voor ds. Beens is het vanwege de overstelpende liefde van God het mooiste wat er is. Elders schreef de Barneveldse emeritus predikant ooit dat het in ons leven best mag ‘lutheren’, dat het goed is als Luthers theologie ons leven doortrekt. Aanvechting hoort daar bij. Die notie dient zich in zijn leven aan, een tweede rode draad. Als somberheid het wint van arbeidsvreugde, als zijn geest meer wil dan zijn lichaam toestaat, als hij doldraait in alles wat van een predikant verlangd wordt, als hij wordt neergeworpen maar niet te gronde gericht (2 Kor.4). In deze zoektocht, die in de zeven gemeenten die ds. Beens dienen mag, eerder sterker dan kleiner wordt, is hij zijn lezer kwetsbaar nabij.
Over het gemeenteleven in Huizen, Krimpen aan den IJssel, Urk en Katwijk uit ds. Beens kritische noten in zijn persoonlijke terug blik. Ik vermoed dat er ook toenmalige gemeenteleden zijn die zich storen aan zijn beleving en verwoording van die tijd. Het geeft in elk geval aan dat Gods gemeente toen evenmin het paradijs was -zoals dit voor Wekerom, Sommelsdijk en Lunteren ook geldt. Het onderstreept dat het méér dan een goed gebruik is om in een afscheidsdienst als dominee vergeving te vragen voor de zonden van gemeente en dienaar.
Zelf komt ds. Beens in het al schrijvend afhechten van de touwtjes in zijn leven, daar ook bij uit. ‘God wordt steeds groter, zelf word je heel klein.’ Barrnhartiger in je opstelling, milder, bewogener - in Nu het ouderdomt wordt de les verwoord die Petrus eerder beschreef: ‘Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na (...)‘.
De overdenking van de heilsfeiten maakt je klein. In de jaren van de actieve dienst was ds. Beens best kritisch op de gemeenten. Meer dan ooit ervaart hij als emeritus het belang van de gemeente, ziet hij haar trouw. Het komt hierop neer: zien dat je als stervende tot stervenden spreekt. Ik ervaar de laatste pagina’s van dit boek als iets van een testament, een achteromzien naar het leven en daarover spreken met je intimi -terwijl wij als lezers het op gepaste afstand ook kunnen horen. Want het leven is loslaten en net zoals Aäron legt elke dienaar van God zijn ambtsgewaad af. Als het knechtschap ten einde is, blijft het kindschap over. Genade als slotakkoord, om slechts te roemen in de God van alle genade.
In dit boek kom ik een voortdurend heimwee tegen, naar de tijd van de jeugd, naar een leven waar in het Woord vanzelfsprekend beslag legde, naar volle kerken, naar meer eenduidig geloofsleven, naar minder vragen. Ik ben er gevoelig voor, al besef ik ook dat we anno 2017 in de kerk voor heel veel dankbaar kunnen en moeten zijn, elke vanzelfsprekendheid voorbij.
Dit boek laat zien wat we kwijt zijn. Neem wat ds. Beens benoemt over het colloquium, het toelatingsgesprek tot het ambt, waar de commissie nagaat of hij gedreven wordt door persoonlijk geloof, of hij liefde tot de kerk heeft. Het staat haaks op wat jonge broeders me soms vertellen over gesprekken die zij nu voeren. Neem wat ds. Beens schrijft over zijn hoogleraren, ‘eigenlijk heel eenvoudige mensen’, maar wel mannen die je tot theoloog vormden. Het staat haaks op de zoektocht die er binnen de Gereformeerde Bond gekomen is om wetenschappelijke theologie te behouden waarin het Woord als de stem van de levende God beslissend is. Neem... enzovoorts.
Scherp is ds. Beens in zijn analyse van hervormd-gereformeerd kerkelijk leven. Het is goed als kringen van predikanten, werkgemeenschappen, zijn bezinnende hoofdstukken over ambt, prediking en kerk samen bestuderen ook als het pijn doet. Want al is er verscheidenheid van gaven, waar is inderdaad dat ‘wie lust tot studie mist, geen prediker is maar slechts een prater’. Die prediker moet geloven dat het Woord waar is, hij moet zijn boodschap met de gemeente verhandelen én hij faalt als hij de boodschap van de verzoening niet brengt.
Hier is ds. Beens kritisch op het werk van de Gereformeerde Bond, op het blad waarin dit artikel staat. Ik antwoord hem publiek na te blijven denken over zijn opmerkingen over het niveau van De Waarheidsvriend, ook het te kort aan theologisch niveau dat hij ervaart. Ook ik las als twintiger series van tien afleveringen over ‘Verbond en verkiezing’ én besef dat dit nu niet meer kan. Dankbaar ben ik voor wat ds. W.L. Tukker me leerde over het liefhebben van de kerk (van de gemeenten) in de gestalte waarin ze zich voordoet. Dat is één. Tegelijk blijft het onze taak de gemeenten meer en meer te funderen in het Woord, in de belijdenis van de kerk. Dat is twee. Hoe we dat doen? Gesprek daarover is mogelijk en goed. Op momenten dat ik ook iets ervaar van de neergang van de kerk - en op welke dag gebeurt dat niet? - weet ik dat heimwee naar een verloren paradijs ons doet verlangen naar de toekomst. Vandaag en morgen is Jezus Christus Dezelfde, net als gisteren. En voor eeuwig. Ds. Beens weet het ook, in een concentratie op de Levende tijdens de voortgang van zijn ‘pelgrimstocht, die tegelijk hordenloop is’. Vanuit Hem wijzen we elkaar de weg in onze tijd, die meer dan ooit aangevochten is, het meest voor ambtsdragers die nauwgezet hun roeping zoeken te vervullen. In Hem ligt onze hoop als we omzien naar ons leven en denken: ‘Heb ik daarvoor nu zo gesjouwd?’
Niet alleen de zonde, ook de teloorgang van veel in de kerk, alle gedoe, alle aandacht op mensen die zichzelf belangrijk achten – het kan ons ‘zo gemakkelijk verstrikken’. Daar om lees ik Nu het ouderdomt als een appèl om de wedloop met volharding te lopen, het oog gericht op de Heere Jezus, Leidsman en Voleinder. Als we samen naar Hem kijken, Die het kruis verdroeg, weet de generatie die nu in kerk en gemeente dienen mag, zich solidair met de vorige -en omgekeerd. Zo zoeken wij verder te dragen wat de vorige generatie ontving, om vast te houden wat kerk betekent, en prediking, en ambt, en belijdenis. Zo is Nu het ouderdomt veel meer dan een domineesbiografie.

Bezoek ook andere websites van Erdee Media Groep

bezoek ook sluiten