"De boer van het Smeulenkamp" is het vervolg op "Daggeldersvolk".
In beide boeken is de hoofdpersoon Leen Mulder, die door omstandigheden
naar Duitsland is getrokken. Door zijn gedegen
kennis van het boerenwerk lukt het hem vrij spoedig een baan te
vinden. Leen krijgt namelijk de leiding over een melkerij, hoog op
de helling van de Hornfels gelegen. De prachtige natuur in dat
gebied wordt door Veenhof beschreven, zoals daartoe slechts
een natuurkenner als hij in staat is. De jonge bedrijfsleider echter
krijgt, in de eenzaamheid van de bergen, te maken met vreemde
gebeurtenissen, die het verhaal tot een climax voeren. Er is vee
verdwenen. Wanneer blijkt dat op meerdere plaatsen op onverklaarbare
wijze vee verdwijnt, beseft men dat een bende veedieven
aan het werk is. Met vaart heeft de auteur de verwikkelingen
beschreven tussen Leen Mulder en de veedieven. Deze gebeurtenissen
maken het verlangen naar zijn geboortestreek alleen
maar groter. Immers daar, in de eenzaamheid van het
Smeulenkamp, ligt zijn toekomstdroom. En dan is er ook nog Nel
Plasman met wie hij een briefwisseling onderhoudt en voor wie
hij diep in zijn hart een warm plekje heeft.
Helaas is er, als Leen in zijn geboortestreek terugkeert, opnieuw
Jannus Zandhaver, de rijke erfgenaam van de kapitale hofstee
Lindenhof, die Leen in de meest letterlijke zin wil vernietigen.
Voor Leen Mulder zijn bruid kan meenemen naar de nieuwe hofstee
het Smeulenkamp, heeft hij harde noten moeten kraken.
Met "De boer van het Smeulenkamp" bewijst Veenhof opnieuw
een grote plaats in te nemen onder de Nederlandse vertellers.
Deze website maakt gebruik van cookies die noodzakelijk zijn voor de juiste werking van de site. Voor het meten van bezoekgegevens wordt gebruik gemaakt van geanonimiseerde analytische cookies. Meer info