Er wordt ook aandacht gegeven aan de structuur van puriteinse preken. De eerste preek van Watson gaat over Kolossenzen 3:11.
Maar Christus is alles en in allen. In deze preek komt duidelijk uit dat in Christus een heerlijke volheid is. We citeren wat we lezen op blz. 135: “Christus is alles wat betreft onze rechtvaardigheid, omdat Hij ons tot rechtvaardigheid is geworden. De mantel van onze onschuld is net als het voorhangsel van de tempel in stukken gescheurd. Onze gerechtigheid is haveloos en gebrekkig, al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed. Onder haveloze lompen wordt het naakte lichaam zichtbaar, en zo wordt het lichaam van de dood zichtbaar onder de lompen van onze gerechtigheid.
We kunnen wel met onze plichten pronken, maar deze kunnen ons niet rechtvaardigen. Christus echter is alles wat betreft
de rechtvaardigheid, want het einde van de wet is Christus tot rechtvaardigheid eenieder die gelooft. Dat houdt in dat door Christus rechtvaardig zijn, net alsof we zelf persoonlijk de wet hadden nageleefd en vervuld.
Jakob ontving de zegen terwijl hij gekleed ging in de kleding van zijn oudere broer. Ook wij ontvangen de zegen gekleed in de kleding van Christus, onze oudste Broeder. Christus’ gerechtigheid is een mantel die zonder naad geweven is. In Hem worden wij tot rechtvaardigheid van God gemaakt.''
Christus is ook alles wat betreft de goddelijke aanneming. Hij is ook alles wat betreft het bewerkstelligen van onze vrede. Christus is ook alles wat betreft onze beloning.