• levering binnen 2-3 werkdagen
  • veilig betalen

Delven in Digibron

„Tale Kanaäns door de tijd heen niet constant”

De term ”tale Kanaäns” is ontleend aan Jesaja 19:18: „Te dien dage zullen er vijf steden in
Egypteland zijn, sprekende de spraak van Kanaän en zwerende den Heere der heirscharen; één
zal genoemd zijn: Een stad der verstoring.”
Door de eeuwen heen heeft de aanduiding verschillende betekenissen gehad, schrijft Martha
Visscher-Houweling in haar proefschrift. In het begin van de 17e eeuw komt het voor het eerst
voor. Het wordt dan gebruikt als aanduiding voor Bijbels taalgebruik. In de piëtistische stromingen van
de 17e en 18e eeuw wordt met tale Kanaäns een taal bedoeld die „hoort bij een bepaalde geestelijke
staat”. Het onderscheidt ware gelovigen van mensen die de taal niet kennen.

„Ook door bevindelijk-gereformeerden is de tale Kanaäns niet eenduidig opgevat”, stelt Visscher. In De Saambinder, het weekblad van de Gereformeerde Gemeenten, wordt de tale Kanaäns in eerste instantie omschreven als een geloofshouding. Pas in 1970 wordt de term voor het eerst uitgelegd als een geheel van bijzondere woorden en uitdrukkingen die gebruikt worden om
geestelijke ervaringen mee aan te duiden.

 

Computationeel onderzoek

Martha Visscher-Houweling analyseerde haar data met behulp van digitale hulpmiddelen. Het inzetten van computertechnieken binnen de religiewetenschappen is relatief nieuw. Visscher maakte gebruik van verschillende methoden uit de zogeheten corpuslinguïstiek, bijvoorbeeld om te analyseren
welke woorden in elkaars nabijheid voorkomen. Ook berekende ze hoe vaak specifieke woorden voorkomen in een tekst in vergelijking met andere woorden.
Daarnaast gebruikt Visscher ook ”topic-modelling”, een techniek waarmee een computermodel
uit een grote hoeveelheid tekst woordgroepen selecteert, waar de onderzoeker vervolgens een thema uit kan formuleren.
Het onderzoek naar de tale Kanaäns startte Visscher al in 2015, toen de mogelijkheden voor computeronderzoek nog niet zo uitgebreid waren als nu. Ook deed ze haar onderzoek zonder hulp van een computerwetenschapper. Haar resultaten geven dan ook nog maar een beperkte
impressie van de mogelijkheden van computationeel onderzoek, geeft Visscher aan.
„Maar het laat zien dat digitale technieken geschikt zijn om talige mechanismen te onderzoeken.
Die methode kun je ook op bredere schaal toepassen binnen de geesteswetenschappen.”
De bevindelijk-gereformeerden zijn bovendien niet de enigen met hun eigen taalgebruik, stelt Visscher. „Zulk onderzoek zou je ook kunnen doen naar bijvoorbeeld het taalgebruik van evangelische
christenen.”

Zie verder het artikel in het Reformatorisch Dagblad van 25-02-2026

Delven in Digibron

Martha Visscher-Houweling
vanaf 3995