Bavinck (1895-1964) behandelt het boek Openbaring niet vers voor vers, maar hij trekt grote lijnen waardoor de inhoud van het boek ook vandaag nog spreekt. Volgens Bavinck eindigt met de hemelvaart de eigenlijke wereldgeschiedenis. Alles wat daarna nog volst is een soort ‘naspel’. Eenmaal zal God zijn alles en in allen. Bavinck heemt zijn uitgangspunt in Openbaring 12. Het geeft de hoofdboodschap van het boek Openbaring weer. In de hemel klinken overwinningsliederen en op aarde woedt de strijd. We geven een citaat van blz. 115 “In die grote, bange periode tussen de overwinning van Jezus Christus over dood en satan en de uiteindelijke heerlijkheid gaat de Kerk moeizaam en zorgzaam haar weg. Ze wordt elke dag geroepen om alle verleiding en schoonklinkende leuzen van dwaling manmoedig te weerstaan. Ze moet zichzelf telkens weer met grote zorgvuldigheid toetsen of ze onder de schijn van godsvrucht niet langzaam wegzinkt in de alledaagsheid. Ze mag de wereld rondom haar die in duisternis gevangen ligt, nooit vergeten. Soms schrijdt zij jubelend haar slorievolle toekomst tegemoet, dan weer lijkt het alsof alles in deze wereld tegen haar is. Als ze maar duidelijker zag hoe ze op de rand van de triomf wandelt, hoe machteloos de satanische machten eigenlijk zijn nu ze uit de hemel zijn uitgeworpen,weggesmeten naar omlaag, als dat haar allemaal maar altijd helder voor ogen stond, dan zou ze zich niet zo mismoedig overgeven aan allerlei angsten en kleingeloof.”