In de breedte van de samenleving verwijst een (televisie)serie onder de naam Kroongetuigen naar documentaires waarin misdaaddossiers uit de doeken gedaan worden.
Prof. J. van Bruggen schreef echter ooit ”Kroongetuigen van het Evangelie”, waarin hij twaalf mannen en vrouwen naar voren
haalde die het begin van het Evangelie persoonlijk meemaakten. Zij worden wel als de voornaamste getuigen gezien.
Voor uitgeverij De Banier is ”Kroongetuigen” de naam van een reeks levensverhalen van christenen die om hun
geloof vervolgd zijn. Een treffende keuze is dat. Aan de gemeente van Smyrna, die tot de lijdende kerk behoorde, schrijft
de apostel Johannes immers: „En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot de dood, en Ik zal u de
kroon van het leven geven.” Getuigen van Christus in een wereld die in het boze ligt, gaat gepaard met de belofte
van de lauwerkrans van de overwinning. Vijf jaar na de verschijning van het eerste deel ligt nu deel 7 in de winkel,
een boekje waarin Banieruitgever René Heij zelf de pen opnam en waarin voor het eerst in de reeks binnenin kleur
wordt gebruikt. In kort bestek legt Heij het leven open van Jane Haining, in 1897 geboren in het Schotse dorpje Dunscore.
Gedoopt werd ze in de Craig United Free Church, een gemeente binnen de United Free Church of Scotland. Jammer dat de
auteur ons niet enigszins inleidt in het theologische profiel van deze kerk.
Nadat Jane zich als dertigjarige tot zendingswerk geroepen weet, volgt enkele jaren later haar benoeming tot directrice van het tehuis voor meisjes van de Schotse Joodse Zendingsschool in Boedapest. Als een moeder zorgt ze voor hen en vormt ze hen, zowel wezen als kinderen uit zeer arme of gebroken gezinnen. Het antisemitisme van de nazi’s verandert de atmosfeer sterk,
maar Jane huldigt als opvatting dat als kinderen haar in zonnige tijden al nodig hebben, dit te meer in dagen van duisternis
geldt. Ze beantwoordt hun honger naar liefde.
Werken voor Joodse kinderen wordt in Boedapest snel moeilijk en gevaarlijk, als het Duitse leger op 19 maart 1944
Hongarije bezet. Het duurt slechts een maand voordat de Gestapo, de Duitse politie, Jane arresteert. De beschuldiging
is dat ze onder Joden werkt en huilde toen ze meisjes met de gele davidsster op hun kleren zag lopen. Evenals
honderdduizenden Hongaarse Joden in dat voorjaar en die zomer belandt ze in Auschwitz. Twee maanden na haar
aankomst op 15 mei wordt ze in het concentratiekamp vergast.
Net als ds. Paul Schneider, die centraal staat in het eerste deel van de serie Kroongetuigen, sterft Jane Haining
als slachtoffer van het nazisme. Met recht kunnen we haar een verzetsheld noemen, maar de Schotten eren haar als
„een heldhaftige, christelijke martelaar”. Hierin speelt vast mee dat ze de enige Schot is die als ”rechtvaardige onder de
volkeren” op de herdenkingsmuur van Yad Vashem staat. In Boedapest draagt een Donaukade haar naam. Evenals de eerdere delen in de serie Kroongetuigen is het boekje over Haining een informatieve kennismaking met een overtuigde christen, met
haar leven en arbeid. Uitvoeriger is de Engelstalige biografie van Mary Millar, waarnaar de auteur vaak verwijst.