• levering binnen 2-3 werkdagen
  • veilig betalen

Maar we blijven hopen

Joods weeshuis leeggehaald: verdriet én hoop

Jan Vermeulen, geschiedenisdocent aan Driestar Wartburg en Driestar Hogeschool in Gouda, schreef een jeugdboek over twee jongens uit het Joods Weeshuis in Leiden. Zij overleefden de oorlog; heel veel andere bewoners niet. Vijf vragen:

 

Hoe bent u bij dit onderwerp terechtgekomen?
„Bij een bezoek aan het Nationaal Holocaustmuseum in Amsterdam trof me de wand waarop de anti-Joodse maatregelen in een tijdlijn zijn weergegeven. Je ziet hoe de intensiteit toenam. Ik kwam een vermelding tegen over het Leidse weeshuis. Dat werd leeggehaald: alle kinderen en hun verzorgers werden per trein naar Westerbork afgevoerd. ’k Vond een Engelstalig boek van Jaap W. Focke over dit weeshuis. Zo raakte ik aan het thema verslingerd.”

 

Hoe kwam het tot een boek?
„Zit er een verhaal in voor jongeren en heb ik tijd en energie; dat zijn dan de vragen. Met name het verhaal van Daniël de Vries en Hans Kloosterman maakte indruk op me: jongens die uit kamp Westerbork werden gered, op een moment dat heel veel anderen uit
het weeshuis al waren weggevoerd naar vernietigingskampen. Bij schrijfster Martine Letterie kwam ik de gedachte tegen dat je ook in een boek over verschrikkelijke gebeurtenissen kinderen hoop wilt geven. Dit is zo’n verhaal waarin veel verdriet zit, maar ook hoop, want er zijn overlevenden, dankzij de enorme inspanningen van verzetsman Stoffels, de gereformeerde buurman van het weeshuis. Ik dacht toen: zou ik me zo hebben ingezet? Ja, dit verhaal moest verteld worden.”

 

U bent pas op latere leeftijd boeken gaan publiceren. Hoe kwam dat zo?
„Ik was altijd al wel aan het schrijven, maar vooral korte verhalen. Een boek kost veel meer inspanning. Naast inspiratie veel transpiratie, zeggen ze weleens. Het moet allemaal naast baan, gezin en kerkenraadswerk gebeuren. Ik kwam in contact met uitgeverij De Banier toen ik daar deelnam aan een workshop en won. De redacteur trok me over de streep om een boek te gaan
schrijven en kwam met een idee: de Joodse onderduikers achter het orgel van de Rotterdamse Breepleinkerk. Ik kende dat verhaal niet, maar het werd onderwerp van mijn eerste boek.
Nadat ik gegrepen ben door een onderwerp, komt de transpiratie: een overzicht van hoofdstukken maken met een duidelijke  verhaallijn, en vervolgens dagen in mijn agenda blokkeren waarop ik geconcentreerd aan het schrijven ben.”

 

Dit is uw vierde boek, en drie van de vier gaan over de Tweede Wereldoorlog. Wat spreekt u aan in die periode?
„De oorlogsjaren waren een snelkookpan van menselijke keuzes. Een bijzondere tijd, waarin mensen hun houding moesten bepalen ten opzichte van de gebeurtenissen. Hoe kwamen slachtoffers en daders tot hun keuzes?

Ik wil me ook in de daders inleven, niet om hen onschuldig te maken, maar uit het besef dat ze helemaal niet zover van ons afstaan. Het is niet: good guys tegenover bad guys. Zouden wij de goede keuzes maken?”


Probeert u lezers daarmee een boodschap mee te geven?
„Hoe verhouden gebeurtenissen zich tot Gods leiding en hoe kunnen we – naar Psalm 78 – onze hoop op Hem stellen? Dat is wel een gedachte die ik steeds in het achterhoofd heb. Maar ik leg het er niet dik bovenop: te stoere boodschappen zetten pubers niet aan het denken, of ze haken erdoor af. De vriendin van Daniël de Vries werd vermoord, maar tijdens de boekpresentatie zei zijn dochter ontroerd: Ik heb van mijn vader meegekregen dat ik niemand mag haten.”

 

 

Maar we blijven hopen

Jan Vermeulen
vanaf 1249