Sleutelbrief
‘Vanaf zijn kinderjaren worstelde Luther met het woordje ‘rechtvaardigheid’. Hij dacht dat het te maken heeft met een straffende God.’ Tijdens zijn colleges liep hij finaal vast bij Psalm 31:2 en 71:2. Hoe kan dat: gered worden door Zijn gerechtigheid? Totdat bij het lezen
van Romeinen 1:16-17 zijn verstand geopend werd, ‘zodat hij zag waar hij jaren overheen gelezen had: Christus is de gerechtigheid!’ Iets verderop schrijft de auteur: ‘In Zijn Woord onthult de Heere Zijn gerechtigheid, die Hij heeft verdiend. Daarom is het lezen uit je Bijbel zo belangrijk.’