• levering binnen 2-3 werkdagen
  • veilig betalen

Vogel van God

ls de naam van Elisabeth Elliot valt, volgt daarna al gauw de naam van Jim Elliot. Het tragische verlies dat Elisabeth leed als ze zendelinge in Ecuador. Ze was nog jong. Maar hoe verliep haar leven na haar terugkomst uit Ecuador? Daarover gaat het vervolg van Een leven op het altaar (2021).

llen Vaughn, de biografe van Elisabeth, kreeg van diens dochter Valerie stapels aan materiaal om door te spitten. Een grote klus, waaruit een boek voortgekomen is dat ze levendig, kundig en weloverwogen geschreven heeft. In alles voel je de verantwoordelijkheid die de auteur voelt om recht te doen aan de werkelijkheid en deze niet mooier te maken dan het is. ‘We willen beeldhouwwerken: nobele en glanzende standbeelden zonder duivenpoep. Maar zulke menselijke helden bestaan gewoonweg niet.’ Volgens Vaughn waren de latere jaren van Elisabeth die in dit deel aan de orde kwamen minder dramatisch, maar psychologisch wel complexer. In het optekenen van deze periode van haar leven hield Vaughn voor ogen: ‘de waarheid, met liefde’.

Schoonheid

Schrijven was voor Elisabeth zelf niet makkelijk: ze had een zogenoemd writersblock. Toch kwam er een boek van haar hand: een fictief verhaal over een zendelinge. Het oogst vooral veel kritiek. Hoewel Elisabeth Elliot ook over opvoeding schreef, lees ik in het boek niet veel terug over haar momenten met Valerie. Wel dat Elisabeth discipline belangrijk vond; zo moest Valerie trouw haar pianostukken oefenen. Naast de taken die ze had, genoot Elisabeth enorm van schoonheid. Hierover schrijft ze: ‘Ik vermoed dat het effect van schoonheid op de ziel net zo belangrijk en onmerkbaar is als het effect van zonneschijn, maar wat zouden we ontberen als we geen van beide hadden.’

Op een zeker moment was Elisabeth niet meer in staat om te werken. Ze was te verliefd om ook maar iets op te pakken. Ze viel af, kon niet meer in slaap komen en omschreef zichzelf als ‘ziek van liefde.’ Gevolgd door: ‘Wat een ondoorgrondelijk fenomeen.’ De weduwnaar Addison Leitch maakte deze gevoelens bij haar los. Na een periode van brieven schrijven besloot het koppel te gaan trouwen.

Lijden

Na drie gelukkige huwelijksjaren sloeg het noodlot toe: Leitch kreeg kanker. In haar dagboek schrijft Elisabeth: ‘C.S. Lewis heeft geschreven dat verdriet net zoals angst is. Ik heb verdriet meegemaakt. Nu weet ik dat angst eraan gelijk is. Rusteloosheid, gebrek aan eetlust, het gevoel in de woestenij te leven (…) toen ik onlangs in de Evangeliën las, stond ik versteld van Jezus’ vermogen om op weg naar het verschrikkelijke lijden waarvan Hij wist dat het Hem in Jeruzalem te wachten stond, standvastig alle gebeurtenissen van een gewoon mensenleven te doorstaan. Hij deed iets en vervolgens deed Hij het andere – in alle rust, wellevend, sereen.’ Ingrijpend is het om te lezen hoe de ziekte alsmaar meer van krijgt op Leitch. Tot hij zijn laatste adem uitblaast en Elisabeth opnieuw weduwe is. Ze schrijft: ‘Het aangezicht van de dood is, zoals altijd, overweldigend. Ik kan hem niet laten gaan. Niet nu, Heere, zeg ik tegen mezelf, alsof ik op elk ander moment daartoe wel bereid zou zijn. Ik zeg tegen God dat ik het beste wil dat Hij heeft, maar heel diep vanbinnen wil ik maar één ding: Add. Ik wil Add, ik heb Add nodig, ik kan niet zonder Add leven.’

De ontreddering na het verlies van haar man is groot. ‘Ik ben letterlijk verdwaald, d.w.z. ik weet de weg niet meer. Verdeeld. Gedesoriënteerd. Mijn lichaam, mijn gezicht in de spiegel, mijn kleding, mijn parfum hebben allemaal geen betekenis meer. Het was allemaal van hem. Hij is er niet meer, hij heeft me niet meer nodig, net zoals hij zijn eigen kleding niet meer nodig heeft, waarvan een restant in de kast hangt.’ Elisabeth voelde zich zo eenzaam. De kern van haar verschrikkelijke verlies was dat ze moest leren dat ze God alleen nodig had. Haar leven mocht ze overgeven in Gods handen met de woorden van Betty Stam-Scott: ‘werkt Gij Uw gehele wil uit in mijn leven; wat dat ook moge kosten, nu en voor eeuwig.’

Vogel van God

Ellen Vaughn
vanaf 1899