Winkelmandje

Dit artikel zit al in uw winkelwagentje. Wanneer u meerdere exemplaren wilt bestellen kunt u dat doen via

Er zijn geen artikelen in het winkelmandje.

Het onwankelbare verbond

Het onwankelbare verbond

Een dogmatische verkenning

ds. G. Clements, ds. J.J. van Eckeveld en ds. P. Mulder (red.)

Genre:Theologie
ISBN:9789402906561 (Gebonden)
Druk:1e druk
Pagina's:384
ISBN:9789087180515 (E-book)
Druk:1e druk
Bekijk eerste pagina's
Het onwankelbare verbondSluiten
Uitverkocht

Dit boek is helaas niet meer via deze site te verkrijgen.

Uw plaatselijke boekhandel kan het boek nog wel op voorraad hebben.

In winkelmandje leggen
Gebonden
In winkelmandje
2-3 dagen

€ 29,95

E-book
In winkelmandje
Downloadlink per email

€ 22,99

Het verbond is een van de theologische kernnoties uit de Bijbel. In onze tijd is er veel onbegrip en verwarring als het gaat om de verbondsleer. Dit boek wil op toegankelijke wijze informeren over de gereformeerde verbondsleer. Aan de studie werkten acht predikanten uit de Gereformeerde Gemeenten mee.

Aan de orde komen tal van onderwerpen als: Hoe wordt er in het Oude en Nieuwe Testament over het verbond gesproken? Hoe werd er ten tijde van de Reformatie en Nadere Reformatie over het verbond gedacht? Welke opvattingen over het verbond hebben zich in de twintigste eeuw ontwikkeld? Wat verstaan we onder het wezen van het verbond?

‘Het onwankelbare verbond. Een dogmatische verkenning’ is het eerste deel van de Semper Reformanda-reeks, waarin verschillende actuele theologische onderwerpen worden behandeld.
Deel 2 over de Heilige Schrift is in voorbereiding.

Recensies

Het onwankelbare verbond

De Saambinder | 24 mei 2018

Door een zevental predikanten van de Gereformeerde Gemeenten werd een belangwekkend boek geschreven. ”Het onwankelbare verbond” vormt het eerste deel van de Semper Reformandareeks, een naam die erop wijst dat de Kerk des Heeren steeds weer opnieuw gereformeerd dient te worden. Het was een goede gedachte van de driehoofdige redactie dit eerste deel te wijden aan het verbond. Het verbond is immers een kernnotie in de Bijbel en ook in de gereformeerde geloofsleer. De studie is grondig opgezet.

Het exegetische fundament onder de studie wordt gelegd door de predikanten J.M.D. de Heer en D. de Wit, die respectievelijk het verbond in het Oude en in het Nieuwe Testament behandelen. Het Hebreeuwse grondwoord wordt verklaard en de verschillende verbonden waarover het Oude Testament spreekt, toegelicht. De auteur handhaaft het Schriftuurlijke van het spreken over het verbond der verlossing (blz. 68).
Ds. De Wit wijst op het opmerkelijke feit dat de schrijvers van het Nieuwe Testament, in navolging van de Griekse vertaling van het Oude Testament (de Septuaginta) niet hebben gekozen voor het Griekse woord sunthèkè, dat toch de gewone term is voor een verbond. Zij kozen daarentegen voor het woord diathèkè, dat meer het karakter heeft van een eenzijdige wilsbeschikking en daarom heel juist vertaald is door ‘testament’. In het licht van het grondig exegetisch onderzoek naar de Schriftgegevens kwam de vraag bij mij op waarom de ondertitel van het boek luidt: ”Een dogmatische verkenning”. Was het niet juister geweest te spreken van een Bijbels-theologische verkenning?
Ds. G. Clements behandelt in het derde hoofdstuk het verbond in de eeuw van de Reformatie. De opvattingen van Zwingli, Bullinger, Calvijn, Ursinus, Olevianus en de Westminster Confessie worden besproken. Broeder Clements concludeert dat Zwingli en Bullinger in Zürich de eerste bouwstenen legden voor de gereformeerde verbondsleer. Bij Calvijn komt er meer duidelijkheid over de vraag met wie het verbond wordt gesloten; hij spreekt van tweeërlei roeping en van tweeërlei zaad. In Heidelberg wordt het onderscheid tussen wezen en bediening van het verbond helder en in de Westminster Confessie van 1646 krijgt de gereformeerde verbondsleer uiteindelijk de status van een belijdenis (blz. 158, 159). Opmerkelijk is het door deze Confessie gemaakte onderscheid tussen het aanbieden van de genade aan zondaren en het beloven van Gods Geest aan de uitverkorenen, een onderscheiding die in de geschiedenis van ons kerkverband grote betekenis heeft gekregen (blz. 170).
Ds. J.B. Zippro gaat in op de verbondsleer in de negentiende en twintigste eeuw. Dr. E. Smilde schreef in 1946 zijn bekende boek ”Een eeuw van strijd over verbond en doop”. Deze titel geeft al aan welk een beheersend thema de vragen rond het genadeverbond in de negentiende eeuw vormden. Broeder Zippro behandelt de visies van A. Kuyper, H. Bavinck, K. Schilder, S. Greijdanus, J.G. Woelderink, G.H. Kersten en, vrij uitvoerig, de controverse van de laatste met J. Jongeleen en J.J. van der Schuit over de kwestie van de twee of drie verbonden (blz. 205-210). De actualiteit van een en ander bleek nog eens te meer in de kerkelijke conflicten rond 1950 en 1953.
Ook in de moderne theologie vormt het verbond een thema. In het vijfde hoofdstuk wordt dit toegelicht door ds. W. Visscher. Voor de lezers van dit boek zullen de hier behandelde theologen wellicht wat verder van hen afstaan; niettemin is het leerzaam van hun standpunten kennis te nemen. Aan de orde komen K. Barth, H. Berkhof, A. van de Beek en het boek ”Christelijke dogmatiek” (2012) van de hoogleraren C. van der Kooi en G. van den Brink. Broeder Visscher constateert dat de verbondsleer in de ”Christelijke dogmatiek” op het eerste oog een gereformeerd karakter heeft, maar dat ook modern theologische inzichten worden meegenomen (blz. 269).
De twee afsluitende hoofdstukken werden geschreven door de predikanten J.J. van Eckeveld en P. Mulder. Zij behandelen respectievelijk het wezen en de bediening van het genadeverbond. Ursinus en Olevianus komen hier (opnieuw) aan het woord, maar ook vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie als Hellenbroek, Immens en Van der Kemp. Natuurlijk ontbreekt ook de Schotse invloed niet van Thomas Boston en Alexander Comrie (blz. 3017-325). In het laatste hoofdstuk worden pastorale lijnen getrokken naar de prediking, de Heilige Doop en het onderwijs. Vele theologen worden in dit boek geciteerd, vaak met instemming, soms met afwijzing. Het verraste mij ook de naam te lezen van een eenvoudig kind van God als Thona Melis uit Yerseke, die voor velen van onze oudere predikanten nog wel bekend zal zijn. Overigens wordt de naam van haar man verkeerd gespeld (blz. 15).
Mijn conclusie is dat wij in ”Het onwankelbare verbond” een mooi resultaat hebben ontvangen van de noeste arbeid van zeven van onze ambtsbroeders. Ik wens het boek in veler handen!

Het onwankelbare verbond

Reformatorisch Dagblad | 25 juli 2018

”Het onwankelbare verbond” is het eerste deel in een nieuwe serie, ”Semper Reformanda”, over theologische thema’s. Deze serie wordt verzorgd door predikanten vanuit de kring van de Gereformeerde Gemeenten. Het is een goede zaak dat dit initiatief genomen is. De stem vanuit deze hoek ontbrak tot nu toe te veel in de theologische literatuur die binnen de bredere kring van de gereformeerde gezindte verschijnt. En dat was jammer, want er is in deze kring veel kennis van de gereformeerde traditie, met name die van de Nadere Reformatie en het puritanisme.

Dat wordt ook zichtbaar in deze bundel met opstellen rond het thema verbond. De thematiek van het verbond biedt een voluit gereformeerde (en Bijbelse!) invalshoek om heilsgeschiedenis en heilsorde te benaderen. Daar geeft de studie mooie voorbeelden van. Binnen de kring van de Gereformeerde Gemeenten is er altijd veel aandacht voor het verbond geweest. Ds. G. H. Kersten, de oprichter van het kerkgenootschap, polemiseerde vaak over het thema en verzorgde aan het eind van zijn leven een uitgave van ”Een beschouwing van het genadeverbond”, het bekende werk van de Schotse theoloog Thomas Boston. In grote lijnen kan gesteld worden dat de verbondsvisie in de Gereformeerde Gemeente een variatie is op de Schotse verbondsleer. Het is dan ook geen verrassing dat deze bundel grote waardering vertoont voor die traditie, een traditie die stevige historische papieren heeft en een belangrijke stroming binnen het gereformeerd protestantisme vertegenwoordigt.
De bundel bestaat uit zeven hoofdstukken die geclusterd zijn rond Schrift, kerkgeschiedenis, dogmatiek en praktijk. In de eerste twee hoofdstukken, verzorgd door ds. J. M. D. de Heer en ds. D. de Wit, staan de verschillende verbonden in de Bijbel centraal. Opvallend is het pleidooi van ds. De Heer om het noachitische verbond te beschouwen als een openbaringsvorm van het genadeverbond. Dat er nauwe relatie tussen beide is, valt niet te ontkennen, maar mijn vraag is of je dan het genadeverbond niet te breed trekt. Is het niet beter om –geheel in lijn met de gereformeerde traditie– het noachitische verbond als een afzonderlijk verbond te zien dat de basis biedt waarop het genadeverbond zich in de geschiedenis kan voltrekken? Die neiging om alles onder de koepel van het genadeverbond te trekken, bespeur ik ook bij zijn bespreking van het mozaïsche verbond. Hoewel het volstrekt gereformeerd is om dit verbond als gestalte van het genadeverbond te zien, meen ik dat dit verbond ook elementen van het werkverbond bevat. De gedachte dat het verbond van de Horeb „geen ander verbond was dan het nieuwe verbond”, kan ik dan ook niet meemaken. Het mozaïsche verbond kende zeker genade, maar was er ook om de overtredingen bloot te leggen (Gal. 3:19). Los van het geloof en de verzoening, als ”naakte wet”, kon het alleen maar veroordelen. Zo vroeg het ook om een nieuw en beter verbond dat niet rust op menselijke gehoorzaamheid, maar op het volbrachte werk van Christus (iets wat ds. De Heer overigens ook erkent).
Na het Bijbelse gedeelte volgt een historisch gedeelte met bijdragen van ds. G. Clements (het verbond ten tijde van de Reformatie), ds. J. B. Zippro (het verbond in de negentiende en de twintigste eeuw) en ds.W. Visscher (het verbond in de moderne theologie). Deze hoofdstukken bieden een prettig leesbare dwarsdoorsnee van het denken over het verbond sinds de Reformatie, waarbij het hoofdstuk van ds. Visscher er wat mij betreft uitspringt omdat hij een oprechte poging doet om het gesprek aan te gaan met verschillende recente theologen zoals Barth, Berkhof, Van de Beek en Van der Kooj & Van den Brink. De bundel sluit af met twee meer praktisch getoonzette hoofdstukken van de predikanten J. J. van Eckeveld en P. Mulder over het wezen en de bediening van het genadeverbond. Ds. Van Eckeveld gaat te rade bij wat verschillende vertegenwoordigers uit de gereformeerde traditie geschreven hebben over het ingaan in het verbond en het leven uit het verbond. Het hoofdstuk bevat een aantal prachtige citaten, maar had misschien aan diepgang gewonnen als de auteur een minder wijdse scopus had genomen en zich tot een diepere analyse van één of twee theologen had beperkt. Ds. Mulder voert ten slotte een pleidooi voor een onderscheidende prediking waarin aandacht is voor het aspect van ”tweeërlei kinderen van het verbond”.
Het verbond is ook een thema dat de gemoederen in de loop van de tijd flink heeft bezig gehouden. Ook daar legt deze studie getuigenis van af. Een aangelegen punt binnen de benadering van het verbond in de Gereformeerde Gemeenten is de nauwe relatie tussen verbond en verkiezing. Het verbond van de genade (in de tijd) is de keerzijde van het verbond van de verlossing (gesloten in de eeuwigheid). Veel verwarring had mogelijk voorkomen kunnen worden als naast de onlosmakelijke relatie tussen tijd en eeuwigheid deze als twee naast elkaar staande perspectieven beschouwd worden: vanuit het perspectief van de eeuwigheid vallen het genadeverbond en het verbond der verlossing samen; vanuit het perspectief van de tijd heeft het genadeverbond een bredere bedding. Dat laat ruimte voor de gedachte van tweeërlei kinderen van het verbond: allen worden –volgens Ursinus– zeker tot dit verbond geroepen, maar niemand wordt er een deelgenoot van behalve degenen die Christus en Zijn weldaden door een waar geloof ontvangen en bewaren. Hoe men dat verschil precies benoemt (wezen/bediening, in het verbond/ van het verbond), is niet het voornaamste, als maar duidelijk is dat er sprake is van tweeërlei kinderen van het verbond. Dat laatste verklaart tevens de noodzaak van een prediking waarin voortdurend de oproep tot bekering en geloof doorklinkt. Immers, „elk moet in eigen persoon in onderhandeling met Jezus komen” (A. Hellenbroek). De geschiedenis leert dat binnen een traditie waarin verbond en verkiezing dicht bij elkaar gehouden worden, de heilsgoederen van het verbond ruimhartig gepreekt en aangeboden kunnen worden. Daar leggen de Schotse schrijvers in wier spoor de Gereformeerde Gemeenten willen gaan, overvloedig getuigenis van af.
”Het onwankelbare verbond” is gericht op theologisch geïnteresseerde gemeenteleden. Over het algemeen zijn de artikelen toegankelijk geschreven (al is de bijdrage van ds. De Wit vermoedelijk te hoog gegrepen). Een tip met het oog op toekomstige delen: het boek was sterker uit de verf gekomen als het was voorafgegaan door een inleidend hoofdstuk dat de onderlinge delen had verbonden. Nu valt de auteur min of meer met de deur in huis. Een uitleidend hoofdstuk dat de belangrijkste bevindingen nog eens op een rij had gezet, was ook behulpzaam geweest. Verder bevatten de hoofdstukken nogal eens wat overlap; een betere redactie had dat kunnen voorkomen, evenals de preektrant waar sommige bijdragen geregeld in vervallen. Ik miste ook wel de interactie met relevante theologische literatuur over het verbond: juist de laatste jaren is er in de Engelstalige wereld een schat aan Bijbelgetrouwe studies over het verbond verschenen.
Ook de gevolgde methodiek vraagt nadere bezinning. De bundel wordt gepresenteerd als een ”dogmatische verkenning”. Dan dringen zich ook vragen op, zoals: hoe verhoudt exegese zich tot Bijbelse theologie en systematische theologie en hoe vertaalt zich dit in een theologisch discours? Enige methodische bezinning op dit punt is wel van belang. Nu blijven het toch min of meer op zichzelf staande hoofdstukken waarin de onderlinge samenhang te veel ontbreekt. Het boek is keurig uitgevoerd, al is het wegvallen van enkele woorden een misser.

1 boeken in de serie "Semper Reformanda-reeks"

Bezoek ook andere websites van Erdee Media Groep

bezoek ook sluiten