• levering binnen 2-3 werkdagen
  • veilig betalen

Suzie van Cobtreefarm

Dromen over heldinnen als Jane Eyre, en dan met psalmen in het hart

Haar schrijversnaam komt van de melodie ”Buckland”, onthult Hannah Buckland
(53), en een hymne waar ze veel van houdt is op die wijs te zingen:
„Loving shepherd of Thy sheep,/

Keep Thy lamb, in safety keep./

Nothing can Thy power withstand;/

None can pluck me from Thy hand”.

 

Het lied is een gebed tot de goede Herder en een lofzang op het offer van Christus. In haar nieuwe boek, ”Suzie van Cobtree Farm”, zingt hoofdpersoon Suzie een avondgebed dat Hannah Buckland zelf voor haar kinderen zong voor het slapengaan. Zo gaat het tweede vers: „Duisternis wordt dieper,/ in het
groots heelal,/ schitt’ren verre sterren,/ dieren slapen al.” Het verhaal speelt zich af op het Britse platteland in het victoriaanse tijdperk. Schapen, andere dieren, het land, de lof tot God: ze komen terug in alle drie de boeken van Hannah Buckland. De hoofdpersonen werken hard, bijvoorbeeld
als keukenhulp in een landhuis of als appelplukker op het land. Ze halen de oogst binnen, maken jam, drogen aardappels, verzorgen de dieren. Suzie in Bucklands nieuwste boek doet dat allemaal. Suzie is rebels en enigszins dramatisch aangelegd, haar moeder Lydia houdt het huishouden draaiend
en is altijd bezig op de boerderij.

 

„Ik ben een mix van beiden, ik ben een beetje Suzie en een beetje Lydia”, lacht Hannah Buckland. Eind mei was ze met haar man en hun twee zoons van achttien jaar op familiebezoek in Nederland.


Hoe ziet uw woonplaats eruit in Engeland – en lijkt het er op de plaatsen uit uw boeken?
„Mijn familie van vaders kant streek in 1860 neer op een boerderij in Kent, in Zuidoost-Engeland. Mijn voorouders hielden schapen en teelden appels, tarwe en gerst – net als de figuren in mijn boeken. Mijn ouders wonen op deze boerderij, mijn broer met zijn vrouw en vier kinderen ook, en wij.

In mijn boeken komen ”oast houses” voor, van die punthuizen met een draaiend torentje erop, waarin hop werd gedroogd. Op ons erf staat ook zo’n huis: typisch Kents.”

 

Suzie in ”Suzie van Cobtree Farm” houdt van dieren. Lijkt ze op u?
„Ja. Al de vrouwen in mijn boeken… ik zou hen wel willen zijn. Ze zijn beter dan ik ben.”

 

Hoezo zijn ze beter dan u?
„Ik kan hun een fijn karakter geven, en dat is gemakkelijker dan jezelf bijschaven. Laat ik het zo zeggen: ik zie hen als vrienden. Ik ben dol op hen.”


Zou u kunnen schrijven over mensen die u niet mag?
„Alleen over mensen zoals die nare butler, Briggs. Maar ze krijgen geen grote plek in het verhaal, en zij winnen niet.”


Waarom niet?
„Een boek moet goed eindigen, met een happy end. Ik schrijf leesbare boeken voor vrouwen, met christelijke elementen erin. ”It’s got to be worthwhile”, het lezen ervan moet de moeite waard zijn. Het schrijven kost mij veel tijd, met alle research erbij. Ik doe het graag en het is een ontspannen hobby, maar het werk moet dan wel tot eer van God zijn. Je bent niet van jezelf, je bent duur gekocht, zegt de Bijbel. Alles moet zijn tot eer van Hem. Er moet niets onterends voor de Heere in staan. Dat vind ik heel belangrijk. En… als het nu een klein beetje eeuwigheidswaarde mag hebben?
Ik schrijf geen literatuur, dat weet ik. Ik ben niet zo’n zelfverzekerde persoon die zegt: Dit is briljant, de wereld heeft Hannah Buckland nodig. Maar als mijn boek éé n iemand helpt, als éé n vrouw denkt: ik dacht dat ik de enige was, maar hier lees ik iets herkenbaars, iets wat mij troost – dan is dat al mooi.”


In welke jaren spelen uw boeken zich af?
„Ruwweg rond 1860, het jaar dat mijn voorouders op de boerderij kwamen wonen. Soms vrees ik dat een ware historicus met kennis van het victoriaanse tijdperk mijn boek leest en ontdekt: daar klopt iets niet. Ik doe mijn onderzoek naar deze tijd vooral online.”


In het boek over Suzie gaat het over een boiler. Waren er in die tijd al boilers?
„Dat was, denk ik, een boiler waar je hout of kolen onderin deed en zo het water kon koken. Was het een boiler in de kapel, of in het huis? Ah, in het huis.Het lijkt misschien alsof ik een enorme kennis over die tijd heb, maar het gaat zo: ik doe research, schrijf, en de volgende dag ben ik vergeten hoe het
precies zat. Mijn kennis is zeer tijdelijk.”


Is de negentiende eeuw slechts de achtergrond waartegen u het verhaal wilt plaatsen, of zit er meer achter uw keus voor deze tijd?
„Die eeuw is slechts een stap verwijderd van onze tijd, bijna tastbaar. Mijn grootvader was een victoriaan, hij werd geboren in 1885 en trouwde toen hij over de vijftig was. Ik ben heel geïnteresseerd in die periode, de gouden eeuw van Engeland. Als ik een groot, monumentaal huis bezoek, kijk ik graag rond in
de vertrekken van de bedienden. Daar zou mijn plaats in die maatschappij zijn geweest, denk ik.”


U had ook de lady of de lord kunnen zijn.
„Het was een uitgesproken klassenmaatschappij. Mijn voorouders hoorden bij de klasse van pachters. In het algemeen denk ik dat het victoriaanse tijdperk een goede tijd was.”


Was dat zo? Suzie wordt op staande voet ontslagen, zonder dat ze ergens op kan terugvallen.
„Hoe meer je graaft, des te meer je de schaduwkant van dit tijdperk ziet – de ongelijkheid tussen de hogere en de lagere klassen, tussen mannen en vrouwen. Vrouwen hadden weinig rechten. Zodra zij trouwden, werden hun bezittingen automatisch van hun echtgenoot. De keus voor een huwelijkspartner
was zo belangrijk omdat die hun zekerheid voor de langere termijn bepaalde.
Sommige christenen hadden een grote invloed in die tijd, vooral rond hulp aan de armen en de oprichting van weeshuizen. In Engeland leefden predikers als C.H. Spurgeon en J.C. Ryle. Hun boodschap was rijk, ruim, praktisch en scherp.”


Suzie signaleert oppervlakkigheid in een prachtige kerkdienst bij het landhuis. Als ze in de problemen zit, loopt ze grote stadskerken voorbij en zoekt ze een kleinere afgescheiden kerk op. Hoe hebt u te maken gehad met hoog- en laagkerkelijkheid in uw leven?
„De kleine kapel uit het boek lijkt op wat ik gewend ben van huis uit. Ik heb anglicaanse diensten bezocht,
maar nooit een ”high church”, waarin rooms-katholieke invloeden groter zijn. Wij gaan naar de Strict Baptists, waar de diensten sober zijn, zonder rituelen. Daar kom ik vandaan en daar blijf ik. In de victoriaanse tijd waren er veel formele, maar dode kerken.”


In uw boeken vinden de hoofdpersonen allemaal een leuke man. Schrijft u ook een keer een boek dat níét romantisch eindigt?
„Mogelijk wel. Want in werkelijkheid gebeurt dat vaak. En er zijn andere happy endings denkbaar.”

 

In het beroemde ”Pride and Prejudice” van Jane Austen – ”Trots en vooroordeel” uit 1813 – is de lezende
zus Mary degene die overblijft. Recent zijn over haar het boek en de BBC-serie The Other Bennet Sister
verschenen.

„En daarin is het gelukkige einde voor Mary ook een man. Ik had gehoopt dat dit niet zo was, maar helaas, dit is teleurstellend. Ik had gehoopt dat ze haar geluk had gevonden in schrijven
of in lesgeven, want daar hield zij veel van. En dat is net zo waardevol.”


Suzie van Cobtree Farm is één nacht dakloos. Had dat langer kunnen duren – bijvoorbeeld een week?
„Ik ben niet goed in vreselijke scènes. Ik red mensen zo snel als ik kan.”

 

En in boeken kan dat. Dat is de vrijheid van een schrijver.
„Zo is het. En dat is het leuke ervan.”

Suzie van Cobtreefarm
Ook verkrijgbaar als e-book

Suzie van Cobtreefarm

Hannah Buckland
vanaf € 19,95